14|4|1904 - 9|7|1974
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Sonia Gaskell

Repertoire

Sonia Gaskell als ballerina, ca. 1930.
Sonia Gaskell als ballerina. Fotograaf onbekend, ca. 1930. Collectie Theater Instituut Nederland.
In 1923 kwam Sonia Gaskell vanuit Palestina aan in Parijs. Ze was meegereisd met haar man, die in Parijs zijn wiskundestudie wilde vervolgen. Zelf wilde Gaskell ook gaan studeren, maar omdat tijdens haar vlucht van Rusland naar Palestina al haar bezittingen waren gestolen, waaronder haar lyceumdiploma, wilde geen universiteit haar aannemen. Ze wijzigde haar plannen, richtte met een vriendin het dansduo 'Ariane et Arielle’ op, trad op in casino's en revues en financierde met het verdiende geld haar balletlessen bij befaamde balletgrootheden.

Ze werd door de dans gegrepen, werkte keihard, misschien te hard. Ze scheidde van haar man en kreeg tuberculose. Tijdens haar herstel van een jaar in een sanatorium, realiseerde ze zich dat haar grootste talent en passie in het lesgeven lagen, en minder in het zelf dansen.

Na haar herstel opende ze een balletschool aan de Champs-Elysées en verwierf langzaamaan bekendheid. Ze zou ongetwijfeld nog lang in Parijs gebleven zijn als ze niet verliefd was geworden op een Nederlander. Met lichte tegenzin besloot ze in 1939 met hem naar Amsterdam te verhuizen.

Danseres Louki van Oven (vooraan) in de Zomerdijkstraat 26.
Danseres Louki van Oven (vooraan) in de Zomerdijkstraat 26. Foto Particam/MAI, ca. 1950. Collectie Theater Instituut Nederland.
De danscultuur in Nederland was natuurlijk niet te vergelijken met die in Parijs. Om toch met haar vak bezig te zijn, begon Gaskell eerst (in janauri 1940) met lesgeven in een studio aan de Kerkstraat. Ze onderwees in dezelfde traditionele Frans-Russische stijl als die waarin ze zelf geschoold was als ballerina. In september 1941 verhuisde ze naar de Amsterdamse Zomerdijkstraat no. 26, waar ze de studio van Iet van Amerongen en Albert Mol eerst mocht gebruiken en later over zou nemen. Met haar man huurde ze de woning boven de studio. Al snel kwam iedereen die in Nederland danste, bij haar over de vloer. Sommigen waren in haar klassieke technieken geïnteresseerd en bleven komen, anderen waren snel weer weg. Tijdens de oorlog moest ze soms onderduiken en was ze doodsbang, maar bleef ze ook zoveel mogelijk doorgaan met het geven van haar lessen. 

Na de bevrijding richtte ze haar eerste gezelschap op: Balletstudio '45. Het was het eerste Nederlandse gezelschap dat zich totaal toelegde op de klassieke dans. Voor- en tegenstanders lieten onmiddelijk van zich horen.

In 1947 reist Gaskell naar Amerika waar ze zeer geïnspireerd raakt door voorstellingen van de groepen van Balanchine en Martha Graham. Wanneer in 1948 haar man overlijdt, besluit ze zich helemaal aan de dans te wijden en start ze Ballet Recital, een groepje leerlingen dat dansdemonstraties geeft bij lezingen over dans die zij zelf houdt. Op die manier slaat ze twee vliegen in één klap: zowel het Nederlandse publiek als de Nederlandse dansers leren nu balletklassiekers als 'De stervende Zwaan', 'Spectre de la Rose' en 'Les Sylphides' kennen. De dansers zijn o.a. Marie-Jeanne van der Veen, Louki van Oven, Pieter van der Sloot en Maria Huisman. Iedereen is enthousiast: het publiek, de dansers én de pers. Desondanks wordt Ballet Recital ontbonden door chronisch geldgebrek.

Het begin van Ballet Recital.
Het begin van Ballet Recital: v.l.n.r. Marie-Jeanne van der Veen, Louki van Oven, Sonia Gaskell, Pieter van der Sloot en Maria Huisman. Foto Nico Naeff, 1948. Collectie Theater Instituut Nederland.
In 1952 wekt Gaskell Ballet Recital echter weer tot leven. De gelederen worden verstrekt door Marianne Hilarides, Jaap Flier, Willy de la Bye, Aart Verstegen en Conrad van de Weetering. Het nieuwe programma, helemaal gebaseerd op de klassieke ballettechniek, blijkt een doorslaand succes. Er worden zelfs buitenlandse toernees georganiseerd. Nog steeds krijgt Gaskell geen subsidie, de dansers hebben bijbaantjes om in hun levensonderhoud te voorzien, maar zijn gemotiveerd om door te gaan.

In 1954 komt er wel subsidie, al gaat dit niet zonder slag of stoot. Een ware 'balletoorlog' ontstaat, waarbij tegengestelde belangen worden uitgespeeld in de pers en een pro- en anti-Gaskell-kamp ontstaat. Na tal van intriges en politiek gekonkel mondt de strijd uit in de oprichting van het Nederlands Ballet, met Sonia Gaskell als artistiek leider, gesubsidieerd door het Rijk en de gemeente Den Haag. Amsterdam subsidieert een aantal kleinere gezelschappen.

Sonia Gaskell in de studio.
Sonia Gaskell in de studio. Foto Maria Austria/MAI, ca.1967.
Wanneer in 1959 een groep dansers zich van Gaskell en het Nederlands Ballet afscheidt en het Nederlands Danstheater opricht, worden in 1961 de resten van het Nederlands Ballet samengevoegd met wat intussen het Amsterdams Ballet is gaan heten tot Het Nationale Ballet. Opnieuw wordt Sonia Gaskell artistiek leider, in eerste instantie samen met Marscha ter Weeme, maar die samenwerking wordt binnen een jaar door Ter Weeme beëindigd. Ook daarna kreeg Gaskell met velen binnen de groep hooglopende ruzies. Desondanks is Het Nationale Ballet geworden wat Sonia Gaskell voor ogen stond en waarvoor zij de kiem heeft gelegd: een gezelschap dat academisch ballet brengt op het allerhoogste niveau, van klassiek tot hedendaags, van verhalend tot abstract en met eigen en internationaal repertoire.

HIeronder vindt u per gezelschap een selectie van voorstellingen die onder de artistieke leiding van Sonia Gaskell tot stand zijn gekomen. Hierin opgenomen zijn ook de 35 choreografieën die zij in de loop ter tijd voor haar dansers maakte.

 
Portret Sonia Gaskell, 1950. Foto Paul Huf/MAI.
Portret Sonia Gaskell, 1950. Foto Paul Huf/MAI.
 
Alleen in Sonia Gaskell
1930
1940
1950
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020