Over het overlijden van zijn vader
Optreden noodzakelijk
“Eer we ’s morgens vroeg naar Rotterdam reisden, schreef ik aan onze directeur Ter Hall. Ik deelde hem mede dat onze vader was overleden en ik vroeg of wij die avond niet hoefden op te treden. Maar toen we in Rotterdam aankwamen, wachtte ons daar al zijn antwoord, dat het hem zeer aan het hart ging, doch dat er onverbiddelijke eisen waren die ons optreden noodzakelijk maakten. Diezelfde avond waren we in Haarlem terug. Ik zie nog het betraande gezicht van Henriëtte, het lijkwitte gezicht van Harkie. Mijn eigen stem hoorde ik alsof die ergens uit de verte kwam.”
Geciteerd uit: Hoofdstukken uit een tingeltangelleven, Jan Feith, 1918