5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

Niemand Sterft van Blijdschap (La joie fait peur)

2 september 1879
Niemand Sterft van Blijdschap (La joie fait peur) van Delphine de Girardin
Gezelschap: Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel
Rol: Jasper
Met: Maria Kleine-Gartman, Anna Sablairolles en Sophie van Biene.

De voorstelling ging in première in het Grand Théâtre in Amsterdam. De goedkopere rangen van het theater zaten vol met Bouwmeesters bewonderaars die hem van het volkstoneel uit de Salon kenden. Bouwmeester was "op van de zenuwen", maar toen hij opkwam stelde het applaus, dat juist in de goedkopere rangen startte, hem gerust. Bovendien bleek het applaus aanstekelijk, ook de rest van de zaal klapte mee. Zijn vertolking van Jasper was het tegendeel van wat de meesten, die hem alleen kenden van-horen-zeggen, hadden verwacht. Geen melodramatisch gebulder en geschreeuw, maar een fijnzinnig optreden dat door zijn gevoeligheid en ingehouden spel geheel in harmonie was met het spel van de drie vrouwen in het stuk: Maria Kleine-Gartman, Anna Sablairolles en Sophie van Biene.

Journalist Taco H. de Beer schreef over Bouwmeesters vertolking van Jasper in Het Tooneel:

'Bouwmeester was als Jasper de held van den avond. Ik weet niet hoe Régnier de rol creëerde, noch hoe Got hem speelde, maar ik weet wel, dat Bouwmeester geheel de oude getrouwe was, die Jeanne (allerliefst door Anna Sablairolles gespeeld) verbiedt om te weenen en zelfs dreigt te stikken in zijn tranen. Het is Jasper, die duizend middelen en uitvluchten bedenkt, eerst om te troosten, daarna om voor te bereiden op de onverwachte blijdschap. Het is Jasper, die vroolijk schijnend om zijn smart te verbergen, uitvluchten en zelfs onwaarheden verzint om zijn vreugde niet te laten blijken. Het is Jasper, die eingelijk het stuk door zijn sterk geteekende tegenstellingen tot een blijspel maakt. Bouwmeester behaalde een schitterenden triomf naast Mej. v. Biene (de lijdende minnares) en Mevr. Kleine als de moeder. Hij werd met een krans vereerd. Niet minder groote triomf viel hem in den Haag ten deel. Zoo werd dan door de vertolking van een zoo kleine rol Bouwmeesters roem gevestigd, die in het verloop der jaren tot een zoo hoog standpunt zou worden opgevoerd, als zelden door een tooneelspeler behaald was en zou worden (...).'

Dat het 'betere' publiek en de critici hem blijkbaar volledig geaccepteerd hadden, was een geruststelling voor Bouwmeester zelf, maar ook voor de directie van Het Nederlandsch Tooneel. Na dit debuut kreeg Bouwmeester in de volgende acht maanden twaalf hoofdrollen te spelen.

bronnen: De Bouwmeesters. Kroniek van een theaterfamilie van Simon Koster (Assen 1973) en Louis Bouwmeester. 50 jaren tooneel 1860-1910. Een overzicht door J.H. v.d. Hoeven (Amsterdam 1910).
 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950