5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

De Koopman van Venetië - Wenen

29 april en 2 mei 1921
De Koopman van Venetië van William Shakespeare
Gezelschap: Wiener Burgtheater
Rol: Shylock


Louis Bouwmeester als Shylock.
De heer N.H. Wolf, hoofdredacteur van weekblad De Kunst, had zich ingespannen om Louis Bouwmeester in het Wiener Burgtheater zijn Shylock te laten vertolken. Nederland en Oostenrijk hadden op dat moment een speciale band omdat Nederland duizenden Oostenrijkse kinderen had opgevangen direct na de Eerste Wereldoorlog. Bouwmeester en de directie van het Burgtheater hadden dan ook besloten dat de De opbrengsten van het optreden van Bouwmeester ten bate zouden komen aan twee fondsen: één voor noodlijdende Weense kinderen en één voor arme studenten aan de Weense universiteit.

Het was een bijzondere eer dat het Burgtheater instemde met een gastoptreden van Louis Bouwmeester. Al meer dan honderd jaar was het traditie dat het theater uitsluitend een podium mocht bieden aan de vaste leden van het gezelschap en "reichsdeutsche" gasten. Grote buitenlandse sterren als Sarah Bernhardt, Eleonora Duse en Coquelin hadden nog nooit toestemming gekregen in het Wiener Burgtheater op te treden.

Bouwmeesters Shylock was een gigantisch succes. Dagen van tevoren waren de kaartjes al uitverkocht en 's middags vormde zich al een rij om 's avonds op tijd voor de voorstelling binnen te kunnen zijn. Naast het 'gewone' toneelminnende publiek waren ook de Oostenrijkse bondspresident en de burgemeester van Wenen bij de voorstelling op 29 april 1921 aanwezig. Bij de tweede voorstelling, drie dagen later, zagen de senaat van de universiteit en vele hoogleraren Bouwmeesters optreden. Het publiek was zo enthousiast dat zij de traditie van het Burgtheater, die open-doekjes verbood, doorbrak. Ook de pers was lovend:

"Ontroerd en meegesleept staan wij onder de indruk van een karakterspeler van machtig formaat", schreef de Neue Freie Presse.

In de Wiener Mittagszeitung stond: "Het was een kabinetstuk van de fijnste detailschilering en de zorgvuldigste karakteristiek."

Ook de vooraanstaande Weense recensent Felix Salten was onder de indruk van Bouwmeesters spel. Hij schreef in het Berliner Tageblatt over de gerechtsscène waarbij Shylock de geknielde Antonio bij de schouder pakt, met het mes klaar om te steken, maar plotseling terugdeinst:

"(...) een gestuit-worden, een afgrijzen van de eigen daad, een afschrik van het bloed, dat nu vloeien gaat; dit alles ontstaan uit de aanraking met de vijand, uit deze aanraking die een geheimzinnig contact veroorzaakt en van lichaam tot lichaam de stomme oertaal der creaturen overbrengt. Een grote kostbaarheid van spel en menselijkheid is in deze ene seconde. Voor de duur van een ademtocht voelt men dat ergens, in bedolven zielsdiepten, een verzoening tussen Shylock en Antonio mogelijk zou zijn. Op deze diepten een licht als een bliksemflits te hebben geworpen, blijft het bizondere en onvergetelijke in Bouwmeesters spel."

bron: S. Koster, De Bouwmeesters. Kroniek van een theaterfamilie (Assen, 1973).
 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950