5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

De eerste schreden

Naar het schijnt had de jonge Louis Bouwmeester helemaal geen aspiraties om bij het toneel te gaan. Hij wilde aanvankelijk naar zee, maar zijn vader liet hem, niet altijd met de volle instemming van zijn zoon, zo nu en dan komedie spelen in stukken waarin hij ook zelf optrad. Bovendien gaf vader Louis Rosenveldt Louis en Frits bijna elke ochtend toneellessen. Hij liet zijn zoons vooral oefenen met declameren.

'Wat vader deed', zei Louis Bouwmeester, 'was groot. Aan hem hebben we veel te danken. Hij begreep, dat goed, breed, met kleur en beteekenis zeggen van verzen, er noodige, maar weinige gebaren bij maken, standen aannemen, op het gezicht den indruk der woorden laten lezen, - het geheim van alle tooneelspelers was ... mits men hier iets onder zijn vestje heeft. Anders .... is het niets. Dood! Daarom liet vader ons als jongens bijna alle ochtenden de groote alleenspraak uit Scylla declameeren. En dan regende het aanmerkingen, en konden we maar steeds van voren af aan beginnen.'

Op zesjarige leeftijd maakte Louis Bouwmeester zijn debuut in het stuk Magdalena, maar dat was uitgelopen op een fiasco. Volgens een familielegende gooide een dame uit het publiek de kleine Louis een zakje krakelingen toe. Hij verloor alle aandacht voor zijn rol, stoof over het souffleurshok en maakte een noodlanding tussen het publiek.

Ook zijn tweede publieke optreden, een kleine rol in het drama De oude Korporaal van Dumanoir en d'Ennery tijdens het seizoen 1854/55, werd geen succes. Louis Rosenveldt  had zijn eigen zoon een rolletje toebedeeld in het stuk dat door zijn eigen gezelschap werd gespeeld. Kleine Louis was inmiddels twaalf jaar oud en had slechts drie woorden tekst: 'Och, landloperij, bedelarij'. Volgens zijn zwager en acteur Leendert Huysers sprak hij de woorden echter zo slecht uit, dat hij Louis, toen hij het toneel afkwam, een trap tegen zijn achterste gaf en zei: 'Ruk uit, ezel! Jij leert 't nooit!'.

Ook Bouwmeesters vader was niet scheutig met complimenten:

'Mijn vader prees zelden. Nooit heb ik, hoe lang ik ook bij hem aan 't gezelschap geweest ben, hem hooren zeggen: dat ik iets goed gedaan had. Wel maakte hij aanmerkingen. Toch heb ik eenmaal gehoord, dat hij het nog zoo slecht niet vond, wat ik deed. In een kleedkamer zaten acteurs mij af te takelen, tegen hun gewoonte, je weet, acteurs "roddelen" nooit. Vader hoort het, gaat er naar toe, neemt het hoog voor mij op en zegt heel veel goeds van me. Je kunt begrijpen wat een plezier het me deed.'

bronnen: Louis Bouwmeester. Herinneringen aan een groot Nederlander. samengebracht door Cor Dommelshuizen jr. (Hoorn 1942) en De Bouwmeesters. Kroniek van een theaterfamilie van Simon Koster (Assen 1973).
 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950