5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

De andere vrouwen en kinderen


Dochter Tilly Périn-Bouwmeester met Leo de Hartogh in De Chauffeurs van de Grote Vier van Georges Rowland (1948)
In 1893 kreeg Louis Bouwmeester samen met Margaretha de Boer, zus van Bouwmeesters wettelijke echtgenote Jeike Jans de Boer, een dochter die zij Margaretha Louise Johanna noemden. Greetje was haar roepnaam. Zij ontmoette haar vader pas toen zij al volwassen was en zij de naam Mathilde had aangenomen. Die naam werd weer afgekort tot Tilly. Zij zou actrice worden en zich eerst Tilly Bouwmeester, en na haar huwelijk Tilly Périn-Bouwmeester noemen. Over haar moeder is weinig tot niets bekend.


Louis Bouwmeester met dochter Wiesje. Collectie Theater Instituut Nederland.






In 1909 kreeg Bouwmeester opnieuw een dochter, ditmaal samen met actrice Marie Braakensiek. Bouwmeester heeft haar waarschijnlijk leren kennen toen ze in 1904 bij Bouwmeesters Haarlemsch Toneel kwam, waar ze vier jaar heeft gespeeld. Toen dochter Louisa Maria Braakensiek, roepnaam Wiesje, werd geboren, was Bouwmeester op een week na 67 jaar oud. Na een conflict met de moeder, heeft hij tot zijn dood in 1925 de opvoeding voor zijn dochter op zich genomen. Wiesje was toen 15 jaar en zijn oogappel. Hoewel Bouwmeester de pensioengerechtigde leeftijd intussen wel bereikt had, bleef hij spelen, ook toen hij de zorg voor Wiesje had. Waarschijnlijk kon hij het spelen niet laten, maar er was ook een financiële noodzaak. In elk geval kreeg Wiesje zo het toneelbestaan met de paplepel ingegoten.

Ze maakte haar onofficiële debuut in september 1922 in de Circus Schouwburg in Rotterdam, bij één van de voorstellingen van De Koopman van Venetië waarin haar vader Shylock speelde. Hij had haar gevraagd in te vallen als de page van Portia met vijf regels tekst. Na de voorstelling vertelde Bouwmeester haar dat ze 'Shakespeare had vermoord'. Toch had Bouwmeester ook wel vertrouwen in zijn lievelingsdochters acteerkwaliteiten, want kort daarna liet haar nog twee kleine rolletjes spelen.

Haar officiële debuut maakte Wiesje enkele weken vóór de dood van haar vader in een toneelbewerking van Charles Dickens' Olivier Twist. Toen Wiesje in 1979 overleed, had zij een indrukwekkende acteercarrière op haar naam staan.


Wiesje Bouwmeesters' debuut in De Kleine Lord met Eberhard Erfmann in 1925.

bronnen: De Bouwmeesters. Kroniek van een theaterfamilie van Simon Koster (Assen 1973) en Louis Bouwmeester. Herinneringen aan een groot Nederlander. samengebracht door Cor Dommelshuizen jr. (Hoorn 1942).
 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950