5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

Volgens dochter Wiesje Bouwmeester

Altijd waar voor zijn geld.
Na diverse meningsverschillen met Wiesjes moeder, Marie Braakensiek, was overeengekomen dat Louis Bouwmeester in zijn eentje de zorg voor zijn jongste dochter Wiesje op zich nam. Hij was op een week na 67 jaar toen Wiesje in 1909 geboren werd.

'In de derde Helmerstraat 45 sliep ik bij jou op de kamer en onze bedden stonden schuin tegenover elkaar, dan konden we elkaar nooit hinderen met licht, als de een langer wilde blijven lezen dan de ander. Van jouw hoofdeinde liep een staaldraad naar het mijne. Jij had het uitgevonden en je had het zelf aangelegd. Voor de zaterdagavonden was het, als je niet hoefde te spelen; dan gingen we vroeg naar bed met een heleboel snoep en detective-verhalen, jouw lievelingslectuur. Lord Lister, Nick Carter, Miss Enny Gold, waren geloof ik wel de voornaamste en als je er een uit had gelezen, schoof je hem over de draad naar mij toe. Ik hoefde dan alleen maar te vragen: "Hoeveel?" "Twee maar" zei je soms en dan klonk er een diepe teleurstelling in je stem. Twee maar, wilde zeggen: maar twee moorden! Zouden de mensen nu denken dat je bloeddorstig was? Als je in werkelijkheid één druppel bloed zag, werd je wit om je neus. Jij wilde waar voor je geld, dat was alles.'

bron: De liefste vader en mijn beste vrindje Louis Bouwmeester, Wiesje Bouwmeester (Amsterdam 1958)


Vader en dochter. Collectie Theater Instituut Nederland.

 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950