5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

De grofheden van Bouwmeester

In oktober 1882 schreef criticus A.C. Loffelt in 'Het Vaderland' een negatieve recensie over Bouwmeesters optreden als Marat in het stuk Charlotte Corday. Bouwmeester reageerde met een boze briefkaart, die vervolgens in de krant werd gepubliceerd. Een paar dagen later schreef Bouwmeester Loffelt deze brief:

Den Weledele Heer A. C. Loffelt

Mijnheer,

Wel hebt u opnieuw bewezen een vijand van mij te zijn.
Immers word[t] elke gelegenheid door u aangegrepen mij te kwetsen. In drift door het lezen van het verslag over Marat schrijf ik een briefkaart, lomp van vorm, ik beken het, en dadelijk word[t] dat schrijven door u in uw blad geplaatst, en gewezen op mijn weinige ontwikkeling, natuurlijk met het doel ieder bekend te maken met de grofheden van Bouwmeester. U begreep zeer goed dat toorn mij aangedreven had die brief te schrijven en dat ik dus mij aan geen vormen had gestoord. Was dat mooi! Was dat die goede lieve zachte man zoo als een uwer vrienden u afschilderde?

Doch dit is niet alles, ook  de inhoud werd door u zoo boosaardig mogelijk uitgelegd. Volgens uw schrijven, schreef ik er dien brief met het kennelijk doel u de handtastelijke bewijzen van mijn drift te laten gevoelen. U waard zo met die valsche uitlegging ingenomen, dat u hem ten laatste geloofde. Dan was het zeker een voorbehoedmiddel dat u aandreef ieder met mijn bedreiging bekend te maken. Dan toch zou de justitie bij een eventuele verwonding niet behoeven te zoeken. Ik zou dat begrijpen en u bijgevolg niets doen.

Niettegenstaande u van het tegendeel overtuigd is, en alleen uw vijandige gezindheid tegen mij, u die valsche  beleedigende uitleg uit uw pen deed vloeien, wil ik u toch mijn briefkaart uitleggen opdat van den zin u niet een woord ontbreke.

Indien je denkt mij deze winter weer uit te kleeden vergis je je.
Moest zijn wanneer ik kalm geweest was:
Indien u denkt dat ik mij deze winter weer onrechtvaardig door u zal laten beoordelen, zonder mij te verzetten, vergist ge u.

Pas op voor de gevolgen.
Ik zal trachten de hulp te krijgen van een onbevooroordeelde toeschouwer, tevens letterkundige, om mij te verdedigen. Die helper zal even scherp zijn als u; pas dus op.

Je verveelt me al langer.
Ja, dat is waar, en er zijn onder ons gezelschap, geloof ik, geen vier die niet in mijn gevoelen deelen. De reden zal ik u nader verklaren.

Ik brand van verlangen kennis met je te maken, en ik zal die kennis maken enz.
Ook dat is waar, en in beleefder vorm had ik moeten schrijven:

Ik verlang u persoonlijk te zeggen wat mij op het hart ligt en wil u wijzen op uw scherpe en dikwijls onrechtvaardige critiek. Ik wil de reden weten waarom u met mij speelde als de kat met de muis, vandaag mij een groot kunstenaar noemt en morgen mij belachelijk maakt, heden schrijft: “In den koopman van Venetië speelt B. voortreffelijk” en morgen zegt: “Hij kende zijn rol niet enz.”
Ziet u, dit is den waren inhoud van mijn briefkaart.

Hoe onontwikkeld ik ben, heb ik het toch nog niet tot een voorvechter gebracht. U kunt dus gerust zijn. Natuurlijk zullen uw vrienden uw gevoelen deelen, en verwacht ik aangevallen te worden door velen. ’t Zij zoo, u hebt de macht, maar dapper is het niet aan te vallen, te kwetsen, te verbitteren, iemand in zijn broodwinning te benadeelen wanneer men overtuigd is dat geen verdediging heeft te vreezen. Immers geen blad neemt het op en zoo het al gebeurt, ja hoe? Vraag het maar aan mijn col[l]ega Morin [?].

Louis Bouwmeester

Ps ommezijde
Ik zou deze brief wel kunnen doen nazien om er spel- en taalfouten uit te halen, maar ik wil u het genoegen niet ontnemen het publiek te kunnen aantoonen dat ik ook bij al mijn fouten en gebreken, niet schrijven kan.
LB

Amst. 12 oct. 82

bron: Collectie Theater Instituut Nederland
 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950