2 | 2 | 1898 - 23 | 4 | 1965
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Fien de la Mar

Fien de la Mar

Portret
Foto: C. Leijenaar. Collectie: Theater Instituut Nederland.
Vanaf haar eerste succes tot op de dag van vandaag wordt er vol bewondering én verbazing over gepraat: Fien de la Mar kon álles. Cabaret, revue, operette, toneel, voordrachten, film, televisie. In het begin van haar carrière haalde men er grootheden uit alle hoeken bij om het magische talent van ‘Fientje’ te kunnen beschrijven. Als actrice deed zij niet onder voor Theo Mann-Bouwmeester, als cabaretière en chansonnière zou zij zich met gemak staande hebben gehouden naast Yvette Guilbert en Marlène Dietrich. De ‘vrouwelijke Pisuisse’, zo luidde een van haar bijnamen. Maar al snel waren die vergelijkingen niet meer nodig. Fien de la Mar - “zeg vooral geen Fientje, dat ben ik ontgroeid”, zou zij na de oorlog in alle interviews zeggen - was zélf die grootheid geworden. Een ware ster die in de ogen van velen met gemak de wereld zou kunnen veroveren. Dat deed zij echter niet. Buiten enkele korte uitstapjes over de grenzen - waaronder een optreden met liedjes van Louis Davids in de Rue Pigalle in Parijs - verkoos zij het leven van diva in eigen land.

Het fenomeen “naast wie alle andere artiesten verbleekten”, speelde en zong volledig op intuïtie. Die timing, haar sensuele houding, spottende ogen en vooral die unieke donkere stem waarmee zij elk typetje hilarisch maakte en elk lied de perfecte emotionele lading meegaf: het ging allemaal vanzelf. “Zij doet maar wat”, spraken vrienden en collega’s over de vrouw die zich nauwelijks voorbereidde, nooit een boek las en vaak verveeld wegvluchtte van repetities. Terwijl de meesten vol bewondering keken naar het gemak waarmee Fien de la Mar haar grote successen behaalde, is het gebrek aan discipline haar ook kwalijk genomen; zij zou te nonchalant zijn omgesprongen met haar gigantische talent.

Met Piet Grossouw
Portret van Piet Grossouw en Fien de la Mar. Foto: onbekend. Collectie: Theater Instituut Nederland.
Dat talent van Fien de la Mar kwam niet uit de lucht vallen. De familie De la Mar was een heus toneelgeslacht, met naast Fien opa Charles, oom Chris en vooral vader Nap - die tevens van grote waarde is geweest voor het succes van zijn dochter - als uitblinkers. Niet alleen de genialiteit zat in haar genen, ook de tragiek. Evenals veel van haar familieleden wist Fien de la Mar zich maar moeilijk staande te houden in het echte leven. Na haar zelfverkozen dood in 1965 haalden velen haar lijflied ‘Ik wil gelukkig zijn’ aan, met de toevoeging dat zij hier niet in geslaagd was. “Wat is geluk. Je denkt dat je het hebt en dan…pffft is het weg”, zei zij zelf aan het einde van haar leven in een interview (Het Vrije Volk, 1964). Gelukkige tijden heeft zij zeker gekend met haar man, aannemer Piet Grossouw die het De la Mar Theater voor zijn vrouw liet bouwen. Maar na de spoedige ondergang van het theater en Piet Grossouws dood kwam het grote verdriet en staken gevoelens van miskenning, wantrouwen en jaloezie de kop op. Deze gevoelens maakten het voor de teruggetrokken ster onmogelijk om nog samen te werken en vriendschappen in stand te houden.  

Portret, ca. 1945
Fien de la Mar rond 1945. Foto: Vreeland Studios. Collectie: Theater Instituut Nederland.
Fien de la Mar had overduidelijk twee extreme kanten: zij kon zeer zacht en onzeker zijn, maar ook uiterst egocentrisch, onredelijk en zelfs hysterisch. Een constante in haar bizarre karakter was haar altijd snelle geest en grove tong waarmee zij zichzelf én anderen volledig kon neerhalen. Vele bewonderaars hebben zich erover beklaagd dat de verhalen over Fien de la Mar zich altijd maar weer toespitsen op die grillige persoonlijkheid en bijbehorende smeuïge anekdotes. Vriend en cabaretkenner Wim Ibo maakte het nog maar eens duidelijk: “Het enige belangrijke was, dat er maar zo zelden in ons land artiesten worden geboren zoals zij.”

Alle genres die je als artiest kon beoefenen (“behalve het circus”, aldus de alleskunner zelf) had Fien de la Mar volledig in de vingers. Zij dook in de sjieke wereld van het Rotterdamsch Hofstadtooneel en speelde Shakespeare bij Albert van Dalsum. De grootste cabarettriomfen vierde zij met het materiaal van Martie Verdenius bij de door hen samen opgerichte ensembles, maar ook haar gastoptredens bij Stapper Revue (met Louis Davids) en Cor Ruys zijn legendarisch geworden. Op het witte doek werd zij vereeuwigd als dé ster in de eerste Nederlandse geluidsfilms, waaronder de twee ‘Jordaanfilms’ De Jantjes (1934) en Bleeke Bet (1934), Op stap (1935) en De spooktrein (1939). Ook met het nieuwe medium televisie kon zij goed uit de voeten; in programma’s van Wim Ibo zong zij haar beroemde repertoire en vlak voor haar dood schitterde zij in twee monologen uit de door Aldo Nicolaj geschreven serie Vrouwenlevens.
  • Biografie
    In razend tempo ontwikkelde Fien de la Mar zich van “een meisje dat niet mee mocht doen” tot fenomeen  
  • Repertoire
    Fien de la Mar trad op in ontelbaar veel revue- en cabaretprogramma's, maar speelde ook diverse toneelrollen, was Nederlands eerste echte filmdiva en verleende haar medewerking aan verschillende radio- en televisieprogramma's.  
  • Audio
    Hier vindt u een aantal geluidsfragmenten uit de collectie van het Theater Instituut Nederland waaruit het vakmanschap van Fien de la Mar blijkt.  
  • Video
    Onder deze knop vindt u vijf beeldfragmenten uit de collectie van het Theater Instituut Nederland waarop Fien de la Mar in verschillende rollen te zien is.   
  • Volgens Fien de la Mar
    In de loop van haar carrière is Fien de la Mar vaak geïnterviewd en geciteerd in boeken en artikelen die over haar verschenen.  
  • Volgens anderen
    Regelmatig hebben vakgenoten en vrienden zich in de media over Fien de la Mar uitgelaten.   
  • Colofon
    Aan de website over Fien de la Mar werkten de volgende personen en organisaties mee.  

 
Foto: Colour Applications ltd. Collectie: Theater Instituut Nederland.
Foto: Colour Applications ltd. Collectie: Theater Instituut Nederland.
 
Alleen in Fien de la Mar
1910
1920
1930
1940
1950
1960
1970
1980
1990
2000