17|06|1919 - 03|05|2009
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Ton Lutz

Rotterdams Toneel


Ton Lutz (in het kostuum van Pattini), decorontwerper H.P.D. van Ginkel en Hugo Claus bij een bespreking over Een bruid in de morgen, 1955. Foto Lemaire en Wennink/MAI. Collectie Theater Instituut Nederland.
Met de wederopbouw van de stad Rotterdam na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog werd besloten dat er een nieuw toneelgezelschap moest komen. In 1947 kreeg acteur, regisseur en artistiek leider Ko Arnoldi de eervolle taak om zo’n gezelschap op poten te zetten – en dat bleek niet eenvoudig.

Door de grote schade ten gevolge van de bombardementen bleef Rotterdam lange tijd een onaantrekkelijke woonplaats, waardoor acteurs zich slechts met moeite over lieten halen om een engagement aan te gaan bij het nieuwe gezelschap. Maar Arnoldi zette door en hij wist zijn Rotterdams Toneel uiteindelijk te verrijken met getalenteerde spelers als Mieke Flink (Verstraete), Rie Gilhuys, Georgette Hagendoorn, Georgette Reyevsky, Ko van Dijk, Adolf Rijkens en Frans Vorstman.

Paul Storm, Joan Remmelts en Richard Flink werden geëngageerd als regisseurs. Arnoldi slaagde er het eerste seizoen in om het Rotterdamse publiek te verblijden met maar liefst elf premières. Zijn overtuiging dat dit specifieke publiek hield van blijspelen, sterke stukken met een helder plot en groot gemonteerd toneel, mondde uit in een gevarieerd repertoire – waarin overigens ook plaats werd gemaakt voor bijvoorbeeld het existentiële engagement van Sartre.


De nieuwe artistiek leider van het Rotterdams Toneel. Foto F.L. Lemaire. Collectie Theater Instituut Nederland.
Het publiek leek voor het nieuwe gezelschap te zijn gewonnen, maar dat gold niet voor de spelers. Een aantal van hen vertrok na dat eerste seizoen alweer naar Amsterdam of Den Haag. Om leegloop te voorkomen besloot Arnoldi het kantoor en de repetities van zijn gezelschap te verplaatsen naar Amsterdam. Dat werd hem in de pers niet in dank afgenomen en het betekende het einde van Arnoldi’s artistiek leiderschap. Zonder hem daarin te kennen ging het gemeentebestuur gesprekken aan met potentiële opvolgers als Paul Steenbergen, Albert van Dalsum en Anton Ruys. Die laatste werd in 1954 uiteindelijk benoemd tot directeur en zakelijk leider, en trok op zijn beurt Bob de Lange en Jan Teulings aan als artistiek leiders. In Ruys’ kielzog kwam het gehele tableau de la troupe van Het Vrije Toneel – van de in 1952 overleden Cor Ruys – naar de havenstad, waardoor het Rotterdams Toneel werd versterkt met spelers als Ton van Duinhoven, Ann Hasekamp, Eric van Ingen, Nell Koppen en Henny Orri. Later werden Lia Dorana, Caro van Eyk, Johan Fiolet en de jonge volontair Hans Croiset door Ruys geëngageerd. En in 1955 werd de artistieke staf uitgebreid met de 36-jarige acteur-regisseur Ton Lutz.

De reden waarom Lutz het aanbod om naar Rotterdam te komen accepteerde is even simpel als logisch: ‘Ik dacht: dat is interessant, want dan kom ik eens in een ander milieu terecht. Misschien kan ik daar veel meer ontdekken.’ Lutz had zijn toneelleven tot dat moment vooral in Den Haag en Amsterdam doorgebracht, in gezelschappen die voort waren gekomen uit de toneeltradities die daar heersten. Dat gaf bepaalde verwachtingen bij het publiek en had gezorgd voor onwrikbare hiërarchische verhoudingen binnen die grote toneelondernemingen. De afwijkende toneelcultuur in Rotterdam zou Lutz wellicht de kans bieden om met iets werkelijk nieuws in aanraking te komen en buiten de gebaande paden te treden. Zijn recente regie-ervaringen bij de Nederlandse Comedie smaakten bovendien naar meer. Toetreding tot de leiding zou inhouden dat Lutz meer kon regisseren, maar ook betrokken zou zijn bij het bepalen van de repertoirekeuze – een aantrekkelijke gedachte! Bij aanvang van het seizoen 1955-1956 nam Lutz zijn plaats naast Jan Teulings en Bob de Lange in. Zijn voormalige klasgenoot op de Toneelschool Hans Tobi trad aan als zakelijk leider.

Bron: tekst grotendeels overgenomen uit het boek Ton Lutz. De toneelvader des vaderlands van Xandra Knebel (Theater Instituut Nederland 2007).
 
Ton Lutz, januari 2002. Foto Joost van den Broek.
Ton Lutz, januari 2002. Foto Joost van den Broek.
 
Alleen in Ton Lutz
1930
1940
1950
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020