17|06|1919 - 03|05|2009
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Ton Lutz

Eren en geëerd worden

Onder grote belangstelling van familie, vrienden en collega's werd op 14 februari 1986 het schilderij van Ton Lutz onthuld en opgenomen in de ‘Galerij der Groten’ van de Stadsschouwburg. Het was een olieverf op doek van de hand van Herman Gordijn die de geportretteerde op een treffende manier wist weer te geven.


Ton Lutz en Herman Gordijn bij de onthulling van het portret in de Stadsschouwburg Amsterdam, 1986. Foto Paul Huf / MAI. Collectie Ton Lutz

Bijna 10 jaar later was Ton Lutz nog altijd nieuwsgierig en actief aan het werk. Er ging geen seizoen voorbij waarin hij niet aan meer dan één productie had meegewerkt en zijn docentschap aan de Toneelschool was van meet af aan doorgelopen. Gedurende die tijd was zijn theateroeuvre gestaag door blijven groeien. En juist voor de optelsom van de activiteiten over al die jaren en al die decennia, werd Ton Lutz in september 1995 gelauwerd met de VSCD Oeuvreprijs: een ereprijs die wordt toegekend ‘aan één of meerdere podiumkunstenaars die met hun carrière een grote bijdrage hebben geleverd aan de Nederlandse podiumkunsten’.  Deze prijs wordt onregelmatig uitgereikt en de beoogde laureaat kan door leden uit de diverse VSCD-jury’s worden voorgedragen – waarna het bestuur de prijs bij gebleken geschiktheid toekent.


Foto Chris de Ruiter. Collectie Ton Lutz
Dat Ton Lutz volledig aan de omschrijving voldeed staat uiteraard buiten kijf – zoals Peter Oosthoek opmerkte in zijn laudatiorede bij de uitreiking op 11 september 1995: ‘Je hebt illustere voorgangers gehad wat betreft de Oeuvreprijs, maar als er nou echt sprake is van een oeuvreprijs voor een oeuvre zo lang, zo veelzijdig en zo rijk, dan komt die onvoorwaardelijk toch wel het meest tot zijn recht door hem toe te kennen – en het is mij een oprechte eer – aan mijn vriend en collega Ton Lutz.’

Voordat Oosthoek, die de prijs twee jaar eerder in ontvangst had mogen nemen, met de bovenstaande woorden zijn laudatio afsloot, had hij zijn leermeester in een gloed- en liefdevol betoog alle eer toegezwaaid die hem maar toe te zwaaien viel. Uitgebreid vertelde hij over de vriendschapsband die zij in de loop der jaren hadden opgebouwd en over Lutz’ invloed op het gehele corps van Nederlandse toneelspelers van dat moment en vele jaren daarvoor. Daarbij trachtte Oosthoek in vogelvlucht de belangrijkste en opvallendste facetten van Lutz’ lange carrière te memoreren – een bijna ondoenlijke taak: ‘Het is niet voor niets, en tegen mijn gewoonte in, dat ik deze toespraak voorlees. Omdat ik me anders heel gemakkelijk te buiten zou kunnen gaan aan urenlange improvisaties over de talenten, ijdelheden, anekdotes en heroïeke wapenfeiten van de Toneelvader des Vaderlands, en daarmee de mij toegestane tijd voor deze huldiging ruimschoots zou overschrijden.’

Met die woorden reikte Oosthoek niet alleen de Oeuvreprijs aan Lutz uit, maar eerde hij hem ook voor zijn nimmer aflatende onderwijsactiviteiten op het toneel, in de repetitieruimte, in het onderwijslokaal en op het Leidseplein. De zeer tot de verbeelding sprekende en toepasselijke kwalificatie ‘Toneelvaders des Vaderlands’ zou na die tijd steeds weer opduiken in schrifturen en publicaties over Ton Lutz. Dit boek hoeft maar dichtgeslagen te worden om die bewering gestaafd te zien...

Twee Louis d’Or’s, de Albert van Dalsumprijs, de Defresneprijs, de Burgemeester van Grunsven-prijs van de stad Heerlen, Amsterdamse en Rotterdamse erepenningen, twee koninklijke onderscheidingen en nu dan de VSCD Oeuvreprijs: de stroom aan bekroningen die Ton Lutz tijdens zijn lange toneelleven te beurt viel is schier oneindig. Toch bleef het ook daar niet bij, want de eervolle naamgeving aan een theaterprijs viel hem ook ten deel – toen in 2000 in het kader van het Internationaal Theaterschool Festival (ITs Festival) de Ton Lutz Prijs in het leven werd geroepen. Het winnen van deze prijs voor het ‘meest veelbelovende regietalent van dat jaar’ betekent voor jonge makers meer dan het gestort krijgen van 4500 euro aan productiegeld door het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten. Er is daarbij sprake van een loonkostensubsidie van Kunstenaars&CO en de winnaar kan gebruik maken van de facilitaire ondersteuning van allebei die instellingen. Maar de grootste winst is misschien wel dat het bekroonde talent door die laatste sponsor een persoonlijk coachingstraject aangeboden krijgt, alsmede ‘advies op zakelijk gebied en bij het leggen van contacten, hulp bij een subsidieaanvraag en het schrijven van een promotieplan’. Ondersteuning kortom, in alle facetten waar tijdens een kunstvakopleiding te weinig aandacht voor is omdat die vooral wordt opgeslorpt door het artistiek vormen en ontwikkelen van de uitvoerend kunstenaar.


Uitreiking van de Ton Lutz Prijs tijdens het ITs Festival 2006, aan de technicus van de (niet aanwezige) winnaar Joachim Robbrecht. Foto Esther Eberwijn.

De Ton Lutz Prijs wordt jaarlijks uitgereikt tijdens de feestelijke sluitingsavond van het festival – indien mogelijk door de naamgever zelf. Gezien diens grote merites als toneelpedagoog en vernieuwend regisseur is het niet meer dan terecht dat juist zijn naam aan deze prestigieuze bekroning is gegeven.

Bron: tekst grotendeels overgenomen uit het boek Ton Lutz. De toneelvader des vaderlands van Xandra Knebel (Theater Instituut Nederland 2007).
 
Ton Lutz, januari 2002. Foto Joost van den Broek.
Ton Lutz, januari 2002. Foto Joost van den Broek.
 
Alleen in Ton Lutz
1930
1940
1950
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020