Volgens Rudi van Dantzig
Bikkelhard en als een god

Portret Rudi van Dantzig. Fotograaf: Siegfried Regeling. Collectie Theater Instituut Nederland."Als ik bij Gaskell thuis kwam, was het een erg aardige vrouw. In de studio was ze een monster. Ze kon je behandelen als vuilnis, als een volkomen mislukking, alsof je totaal niet bestond. Dat zat me zeer dwars. Een bikkelharde vrouw, die wel ontzettend goed was en bezeten van dansen. Ze heeft mensen letterlijk uit de grond gestampt, ook mij. Ze heeft me bijna alles van dansen geleerd. In die tijd was ze God voor me. Ik hield van haar, maar ik verafschuwde de manier waarop ze met mensen omging."
Geciteerd uit: Vrij Nederland, 14 mei 1988
In een interview met datzelfde tijdschrift van 29 september 1979 herinnert Van Dantzig zich:
"Toen ik hoorde dat ze stervende was ben ik naar Parijs gegaan... Ze had een mooie jurk aangedaan, kon nauwelijks meer staan. Was verschrikkelijk ziek, kanker aan de lever. Ze vond alles wat ik deed niet goed. Ze kon nooit zeggen dat ik iets goed deed. Ik was eraan gewend, ik was gehard. Ik dacht: is dat de vrouw waar ik zo bang voor was? Zo iets kleins en treurigs. Toch snakte ik er ook toen nog naar om van haar te horen dat ik iets bereikt had met de groep... Ze heeft een ontzettend grote rol in m'n leven gespeeld. Mijn dansleven is bij haar begonnen. Ik bewonderde haar, maar ik heb altijd in conflict met haar geleefd."