Over zijn leiderschap van het Nationale Ballet
Meer een collega dan een leider
“Ik was geen echte leider. Het was meer gebaseerd op collegialiteit dan op leiderschap. Ik weet hoe fijn het is voor een danser dat hij in zijn korte beroepsleven zo veel mogelijk kan werken. Als artistiek leider en choreograaf was ik in de positie aan de hele groep werk te kunnen geven. Dat deed ik dan ook en maakte bijvoorbeeld een choreografie voor veertig dansers. Dan was de sfeer goed; het gezelschap gezonder, blijer en positiever. En dan werd ik niet met mensen geconfronteerd die huilden, wit rondliepen, want als ik dat zag voelde ik me echt schuldig.”
“Dat ik daardoor soms mindere dingen op het toneel zette, werd mij in de kritieken wel vaker kwalijk genomen, maar dat kon mij niets schelen. Ja inderdaad, in zekere zin stelden ik de anderen boven mijzelf, lapte ik het artistieke resultaat enigszins aan mijn laars. Niet dat ik maar wat deed, want ik werkte heel bezeten en vol geloof, maar het kon me niet zoveel schelen als de mensen het technisch minder goed zouden doen.”
Geciteerd uit: Relevant # 1, Anja Krabben, januari 2004.

Rudi van Dantzig en Wayne Eagling tijdens de persconferentie over de overdracht van de artistieke leiding van Het Nationale Ballet (26 oktober 1990). Fotograaf: Joep Kroes. Collectie Theater Instituut Nederland.