04|08|1933 - 19|01|2012
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Rudi van Dantzig

De verloren soldaat

Rudi van Dantzig als jongen (1944)
Rudi van Dantzig als jongen (1944). Collectie Rudi van Dantzig.
In 1986 debuteerde Rudi van Dantzig als schrijver met de autobiografische roman Voor een verloren soldaat. In het boek beschrijft Van Dantzig de belevenissen van de tienjarige Jeroen, zijn alterego, die in de hongerwinter door zijn ouders naar het Friese platteland wordt gestuurd om daar bij een groot Fries gereformeerd gezin aan te sterken. Hij mist zijn ouders, verkeert in onzekerheid over hun lot en moet enorm wennen aan de luidruchtigheid van een gezin met zeven kinderen en het gereformeerde leven in het vissersgehucht Laaksum.

In Friesland viert hij de bevrijding van Nederland. De Canadese soldaat Wolt laat zijn oog vallen op de schuchtere Jeroen, een blonde krullenbol die zich, in tegenstelling tot de uitgelaten andere kinderen, wat terughoudend opstelt. Wolt kiest Jeroen uit om hem zijn pakje kauwgum te geven en laat hem meerijden in zijn vrachtwagen.

Cover boek
Cover heruitgave boek (Uitgeverij Eldorado, september 2008)
De volgende dag komt Wolt Jeroen opnieuw halen voor een ritje, ditmaal rijden ze een stuk verder. In een verlaten schuur kleedt de soldaat eerst het jongetje en dan zichzelf uit. Vervolgens verkracht Wolt Jeroen. De gruwelijke ervaring verwart Jeroen enorm, hij wordt er ziek van en moet een paar dagen met hoge koorts in bed blijven. Naast alle angst en schrik is er echter ook een raar soort trots, trots dat Wolt juist hém had uitgekozen. Zodra hij weer beter is, gaat Jeroen dan ook opnieuw op zoek naar de soldaat. Ze zien elkaar elke dag en er ontstaat een geheime relatie, waar behalve zij tweeën, niemand iets van weet. Totdat het tentenkamp van de Canadezen op een dag verdwenen is. Alle soldaten zijn weg, ook Wolt. Hij had Jeroen niets verteld en de jongen voelt zich enorm verraden. Wanneer hij in augustus weer terug is in Amsterdam, bij zijn vader, moeder en peuterbroertje, blijft hij wanhopig op zoek naar Wolt. Hij kijkt naar alle soldatengezichten die af en aan rijden in hun jeeps. Maar Wolt blijft een verloren soldaat.

Het verhaal van Jeroen is het verhaal van Rudi van Dantzig. Van Dantzig heeft alleen de naam van de hoofdpersoon verzonnen, alle anderen hebben hun eigen naam gehouden. Het verhaal wijkt nauwelijks af van de waargebeurde feiten. Tot de publicatie van het boek heeft hij er nooit met iemand over gesproken. "Het paradoxale was dat ik er ook verschrikkelijk trots op was dat mij dit overkwam. Een soldaat, een vreemdeling... het liefst had ik dáárover gepraat, niet over de juiste toedracht van het gebeurde, maar over die auto, dat ik meekon, dat ik zijn aandacht kreeg. Maar ik wist verdomd goed dat ik er niet over moest praten." (Geciteerd uit: Spiegels. Interviews en reportages van Jan Brokken, Amsterdam 1993).

Niemand in het dorp of binnen de familie had een idee van wat er gebeurde, terwijl voor zijn gevoel iedereen het aan hem moest kunnen zien. "Na de eerste keer had ik knalrooie ogen. Volgens mij kon je het aan mijn hele lichaam zien. Ik voelde een complot om me heen, droomde over een soort volksgericht, midden in het dorp, waar ik uitgescholden werd en geslagen. Of ik droomde dat ik thuiskwam en dat iedereen me aankeek en dat mem zei: ga nu maar de deur uit. Maar de volgende ochtend zocht ik hem weer op. Het was aantrekking en afstoting tegelijk... en dat is altijd zo gebleven. De smaak en de lucht vond ik vies en aan de andere kant verlangde ik dat het terug zou komen. Ik begon hem steeds aardiger te vinden. Ik kan ook niet zeggen dat hij iets onaardigs heeft gedaan, behalve mijn leven op zijn kop zetten." (Geciteerd uit: Spiegels. Interviews en reportages van Jan Brokken, Amsterdam 1993)

Want wij weten niet wat wij doen
Clint Farha (liggend) en dansers van Het Nationale Ballet in Want wij weten niet wat wij doen. Fotograaf: Jorge Fatauros. Collectie Theater Instituut Nederland.

Weer terug in Amsterdam bleef hij onrustig, bang. Hoewel hij eerst moeilijk in Friesland had kunnen wennen, miste hij de eenvoud van het leven daar. De angsdromen gingen door. 's Nachts werd hij soms gillend wakker en slaapwandelde hij. Hij wist zelf heel goed hoe dat kwam, maar vertelde zijn ouders er nooit over. Ook de Friese familie Visser heeft hij er nooit over gesproken. Wel verpakte hij zijn ervaring in veel van zijn balletten. Monument voor een gestorven jongen, De disgenoten, Nachteiland en Want wij weten niet wat we doen gaan bijvoorbeeld allemaal over kinderlijke onschuld die wreed wordt verstoord. Ook in zijn latere verhalenbundel, Afgrond, is het een terugkomend thema. Jeroen in het boek vraag zich af "Blijft dat mijn hele leven lang zo, dat gevoel van ondergedompeld zijn, doordrenkt van vuil en vingers?". Van Dantzig maakt in veel van zijn balletten het verlangen naar zuiverheid en puurheid voel- en zichtbaar. In Onder mijne voeten dansen een soldaat en een jongetje. De soldaat beschermt het kind, tilt hem op en draagt hem langzaam weg. Zo zou Van Dantzig het graag gewild hebben....

"Het ballet was mijn redding. Tot mijn veertigste heb ik nachtmerries gehad en als het even tegenzat, had ik geen zin meer om te leven. Zonder de dans zou ik een zonderling zijn geworden." (Geciteerd uit: Spiegels. Interviews en reportages van Jan Brokken, Amsterdam 1993)

Uitvoering bij Ann Sybranda
Uitvoering van Dansstudio Ann Sybranda, waar Rudi van Dantzig vanaf 1949 zijn eerste danslessen kreeg. Fotograaf: onbekend. Uit het plakboek van Ann Sybranda. Collectie Theater Instituut Nederland.

 
Rudi van Dantzig. Fotograaf: onbekend. Collectie Rudi van Dantzig
Rudi van Dantzig. Fotograaf: onbekend. Collectie Rudi van Dantzig
 
Alleen in Rudi van Dantzig
1940
1950
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020
2030