29|5|1938 - 5|9|2008
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Ritsaert ten Cate

Mickery - Amsterdam

Ritsaert ten Cate, ca. 1970.
Ritsaert ten Cate, ca. 1970. Foto: onbekend. Collectie Theater Instituut Nederland.
Nadat minister Marga Klompé begin 1970 liet weten de subsidieaanvraag van Mickery te honoreren, en daarmee voor tenminste enkele jaren continuïteit te garanderen, begon een nieuw tijdperk voor Mickery. Ook op persoonlijk vlak luidde 1970 een verandering in: Ritsaert en Mik scheidden na zeven jaar huwelijk.

Met het positieve besluit van de minister op zak, ontwikkelde Mickery een aantal nieuwe initatieven. Er werd een landelijk netwerk opgezt, het Mickery Circuit, dat buitenlandse voorstellingen een podium zou bieden, zodat een breder publiek bereikt kon worden en de kosten gedeeld konden worden. Ook werd een eigen tijdschrift opgericht: Mickery Mouth, met achtergrondinformatie bij de voorstellingen, maar ook plek voor meer algemene discussies over kunst, cultuur en modern theater. Daarnaast werd Mickery de motor achter het organiseren van theaterworkshops voor professionals. Het meest in het oog springende initiatief was de verhuizing van Loenersloot naar Amsterdam. Na een korte tussenstop in de Noorderkerk nam Mickery zijn intrek in de tot black-box theater verbouwde oude Capitol-bioscoop aan de Rozengracht, hartje Jordaan. Het nieuwe theater werd op 28 maart 1972 geopend met voorstellingen van de Britse The Freehold Company en het Nederlandse Werkteater.

In het nieuwe Mickerytheater kregen Ten Cate en zijn buitenlandse partners de beschikking over een flexibele theaterzaal waar op allerlei manieren met techniek, met ruimte en met de rol van het publiek kon worden geëxperimenteerd. De Engelse Pip Simmons Theatre Group en het Japanse gezelschap Tenjo Sajiki maakten hier voorstellingen waarbij het publiek een lawine aan zintuiglijke indrukken over zich heen kreeg. Ook werd het – soms tegen wil en dank – bij de handeling betrokken. In de voorstelling Ahen Senso (Tenjo Sajiki, 1972) werden de toeschouwers bijvoorbeeld opgesloten in een labyrint van kippengaas, waarin zich een hele reeks bizarre scènes en gebeurtenissen afspeelden. In The masque of the red death (Pip Simmons Theatre Group, 1977) namen de acteurs de bezoekers, gehuld in mantels en hoofdkappen, mee op een tocht door het theater waarbij ze onder meer getuige waren van de begrafenis van Edgar Allan Poe.

Medewerkers van Theatre X. Foto: Ritsaert ten Cate: o.a. John Schneider (2de van links).
Medewerkers van Theatre X, begin jaren tachtig. Foto: Ritsaert ten Cate. V.l.n.r: Flora Coker, John Schneider, Marcie Hoffmann, Deborah Clifton, Susan Esser Dixon, John Kishline. Collectie Theater Instituut Nederland.
Eind jaren zeventig had Ten Cate Colleen Scott (1958) leren kennen toen hij een werkbezoek bracht aan Theatre X in Milwaukee. Scott was toen als zakelijk leider aan het gezelschap verbonden en aangezien Theatre X regelmatig in het Mickerytheater speelde, leerden zij elkaar op professioneel vlak kennen en raakten bevriend. In 1980 verliet Scott Milwaukee en verhuisde naar New York. Rond die tijd had Ten Cate enige jaren een relatie met de Zweedse Carin Hartmann-Granath. Zij had al een dochter, Rebecca (1971), uit een eerdere relatie. Na het beëindigen van de relatie met Carin midden jaren tachtig, is altijd een innige band met Rebecca, die in Zweden woonde, blijven bestaan.

1987, Colleen Scott en Egbert ten Cate (1904-1992), de vader van Ritsaert ten Cate.
1987, Colleen Scott en Egbert ten Cate (1904-1992), de vader van Ritsaert ten Cate. Foto: onbekend. Herkomst: Privécollectie.
Toen Ten Cate Colleen Scott in 1987 in New York opzocht, sloeg de vonk over en vroeg hij haar met hem te trouwen. Twee weken later was het al zover, op 31 maart gaven ze elkaar het ja-woord. Wegens werk moest Ten Cate direct daarna terug naar Nederland, en Scott moest, ook wegens werk, in Amerika blijven. Pas een half jaar later kon ze naar Nederland komen, naar Loenersloot, waar Ten Cate nog altijd woonde. Een paar maanden daarna overleed zijn moeder. Ze leed al jaren aan een niet gediagnostiseerde ziekte, en al die tijd had Ritsaert, tussen alle Mickery-werkzaamheden door, voor haar gezorgd.

In Nederland werd Scott onder andere hoofdredacteur van het cultureel-politieke tijdschrift Two & Two, uitgegeven door Mickery Workshop. "Being his wife isn't what I expected. I married this funky guy with this funky theatre in this really funky country. And one morning I woke up and found out he was famous." (geciteerd uit: Ritsaert ten Cate now door Gary Schwartz, 1996) In 1988 verhuisde het paar naar een voormalig schoolgebouw aan de Prinsengracht in Amsterdam. Eerst betrokken ze de, door een binnenhuisarchitect ontworpen, bovenverdieping. Ze bleken zich er allebei niet thuis te voelen, verkochten de verdieping en gingen zelf naar de benedenverdieping waar geen designer aan te pas was gekomen. Tussen kasten vol kunstboeken, schilderijen uit de verzameling van Ritsaerts grootvader Ten Cate aangevuld met wat modern werk en zonder televisie, voelden ze zich daar, tussen het werk door, erg thuis.

1988, Stephanie Scott, Rebecca Granath, Ritsaert ten Cate, Egbert ten Cate, Colleen Scott en Bep de Jongh voor het hoofdkantoor van Ten Cate in Almelo.
1988, Stephanie Scott, Rebecca Granath, Egbert ten Cate, Colleen Scott en Bep de Jongh voor het hoofdkantoor van Ten Cate in Almelo. Foto: Craig Scott. Herkomst: Privécollectie.

Bij Mickery onderzocht Ten Cate het gebruik van nieuwe media bij theatervoorstellingen. Zo liet hij via televisie- of computerschermen de buitenwereld binnendringen in de wereld van het theater. Maar via opnamen en projecties maakte hij ook zichtbaar hoe waarneming gemanipuleerd kon worden. Dat laatste aspect onderzocht Ten Cate bijvoorbeeld ook in Fairground: toeschouwers moesten plaats nemen op grote, verrijdbare en afsluitbare tribunes en kregen de voorstelling steeds vanuit een ander perspectief te zien.

Ten Cates invloed op het Nederlands theater is maar moeilijk te overschatten. Zijn aandacht voor internationalisering, zijn experimenten met de rol van het publiek en het gebruik van nieuwe media en technieken zijn allemaal elementen die in het hedendaagse theater nog steeds of opnieuw een belangrijke rol spelen. In 1991 hield Ten Cate het – wat het theater betreft – voor gezien. Het Mickery-tijdperk werd beëindigd met het groots opgezette festival Touch Time, in meerdere theaterzalen verspreid door de stad. Het was "Ten Cate’s vinger op de polsslag van de tijd" (De Groene Amsterdammer, 16 september 2008) De steeds hoger wordende productiekosten en het als maar marktgerichter denken, in de kunsten en bij de overheid, waren daarbij belangrijke overwegingen. De laatste periode van zijn leven was hij actief als directeur van de door hem opgerichte theater(vervolg)opleiding DasArts en als beeldend kunstenaar.

Bronnen: Henri Schoenmakers & Edgar Jager (1997), Mickery's geschiedenis van het avant-gardetheater 1966-1991, (ongepubliceerd manuscript), Amsterdam; Ritsaert ten Cate now door Gary Schwartz, essay geschreven ter gelegenheid van de toekenning van de Stichting Sphinx Cultuurprijs aan Ritsaert ten Cate in 1996 en Man looking for words door Ritsaert ten Cate (Theater Instituut Nederland 1996).

 
Ritsaert ten Cate, 1985. Foto: Tony Thijs. Collectie Theater Instituut Nederland.
Ritsaert ten Cate, 1985. Foto: Tony Thijs. Collectie Theater Instituut Nederland.
 
Alleen in Ritsaert ten Cate
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020
2030
2040
2050