29|5|1938 - 5|9|2008
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Ritsaert ten Cate

DasArts

In 1991 hief Mickery zichzelf als instituut op. De steeds hoger wordende productiekosten en het als maar marktgerichter denken, in de kunsten en bij de overheid, waren daarbij belangrijke overwegingen voor Ten Cate. "In The Netherlands many of us still hang birthday reminder calenders in the toilet. It is a vaguely banal organization of memory, of life and death, of facts that perhaps hit us too late, or perhaps just in time. But we've made ourselves too dependent on administrative ritual which cannot organize memory. How can Mickery's twenty-five year history of avant-garde production be communicated in an age when we tell our stories through the medium of profit and loss analysis?" (Geciteerd uit: Man looking for words door Ritsaert ten Cate, Theater Instituut Nederland 1996).

Al in de jaren tachtig onstond bij de Rijksoverheid het idee om een tweede-fase theateropleiding te ontwikkelen. Het plan werd concreter in samenwerking met de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, waar al een eerste-fase theateropleiding bestond. In 1992 werd Ritsaert ten Cate benaderd met de vraag of hij geïnteresseerd was om de leiding van de nieuwe opleiding op zich te nemen en bovendien het curriculum te ontwikkelen. Dat wilde hij en in 1994 ging de opleiding DasArts (De Amsterdamse School, Advanced Research in Theatre and Dance Studies) op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam-West van start. In de geest van Mickery zou het een combinatie worden van werkplaats, opleiding en internationaal productiehuis, bedoeld voor regisseurs, choreografen en ontwerpers.

DasArts was bij oprichting een zelfstandige stichting met een eigen bestuur verbonden aan de AHK en met Ritsaert ten Cate als directeur. Volgens Gary Schwarz, schrijver van het boekje Ritsaert ten Cate now (1996), die ook als gastspreker bij DasArts werd uitgenodigd: "DasArts is run by ten Cate with a characteristic blend of high purpose, get-it-done-now energy and functional chaos." Tussen de middag werd er met elkaar aan een grote tafel gegeten. Vers brood, kaas, vleeswaren, koffie, thee en melk stonden op tafel. Volgens Schwarz voelde het bijna als een familie. Hij sprak bij die gelegenheid met een docent uit New York, acteur en installatie-artiest Ping Chong over DasArts:

"When I first got to DasArts I found it incomprehensible. I had never worked at a school like DasArts before. I was not the only one confused. Students complained to me about being confused. Maybe confusion isn't so bad. Something tells me that Ritsaert is perfectly comfortable in confusion and chaos. I think it stimulates him. My hunch is that Ritsaert runs DasArts like an artist making a work of art. Pedagogy as art. When you look at it that way confusion makes sense. It doesn't guarantee success, but the risk of running a school this way is what matters."

Er was geen vaststaand curriculum en men werkte met halfjaarlijkse blokken die steeds verschillend werden ingevuld. Het onderwijs werd door een klein onderwijsteam van gastdocenten en adviseurs verzorgd. Dankzij de hoge mate van flexibiliteit kon het programma zich voortdurend aanpassen aan actuele ontwikkelingen in de kunsten. Het uitgangspunt was dat de studenten gedurende het programma een eigen visie konden ontwikkelen op het 'theater van de toekomst'. DasArts was een gemeenschappelijke zoektocht van studenten en docenten naar wat het theater in de toekomst zou brengen. Als Statement of Purpose van DasArts was het uitgangspunt We cannot know what theatre must or will be tomorrow geformuleerd. Studenten die solliciteerden naar een studieplaats stelde hij dezelfde vraag als die hij zichzelf altijd bleef stellen: ‘Help me herinneren, kun je nog even zeggen waarom iemand langer dan drie minuten in je werk geïnteresseerd zou moeten zijn?’ (Geciteerd uit: De Groene Amsterdammer, 16 september 2008)

De opvatting van het begrip 'theater' was breed en de opleiding gaf jonge theatermakers de kans om als allround kunstenaar te werken met technieken en materialen die tot alle podiumgerichte disciplines en gebieden behoorden. Op die manier biedt DasArts elke individuele student ruimte voor experimenten, cross-overs, interdisciplinaire ervaringen en het verkennen van de grensgebieden van nationale en internationale podiumkunsten.

DasArts heeft vanaf het begin af aan internationaal gewerkt, zowel wat docenten als studenten betreft. Het eerste studieblok in 1994 vond plaats in samenwerking met het Institut für Angewandte Theaterwissenschaft in Giessen, Duitsland. Later werden er studieonderdelen georganiseerd in onder andere Senegal en Melbourne. Voor het inzetten van gastdocenten werd altijd gebruik gemaakt van een internationaal netwerk van (podium)kunstenaars.

Ten Cate was tot de zomer van 2000 directeur van DasArts. Daarna startte hij een nieuwe carrière als 'jonge kunstenaar'. Hij werkte vanuit zijn Amsterdamse studio Touch Time en ging in 2001 als student naar de Rijksacademie. Zijn studio werd een inspirerende ontmoetingsplaats voor studenten en docenten van DasArts. Van september 2007 tot februari 2008 keerde hij korte tijd terug als interim directeur van de opleiding. Voor zijn studenten citeerde hij regelmatig de Kiowa-Cherokee schrijver Scott Momaday: ‘We are what we imagine. The greatest tragedy that can befall us is to go unimagined.’

DasArts is inmiddels getransformeerd tot de Masteropleiding Theater van de Theaterschool / Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.

Bronnen: Adviesrapport maart 2009 'Toets Nieuwe Opleiding' HBO Master Opleiding Theater, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, DasArts door Hobéon Certificering B.V., Scheveningen en Ritsaert ten Cate now door Gary Schwartz, essay geschreven ter gelegenheid van de toekenning van de Stichting Sphinx Cultuurprijs aan Ritsaert ten Cate in 1996

 
Ritsaert ten Cate, 1985. Foto: Tony Thijs. Collectie Theater Instituut Nederland.
Ritsaert ten Cate, 1985. Foto: Tony Thijs. Collectie Theater Instituut Nederland.
 
Alleen in Ritsaert ten Cate
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020
2030
2040
2050