29|5|1938 - 5|9|2008
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Ritsaert ten Cate

Aan het werk

Ritsaert ten Cate, ca. 1960.
Ritsaert ten Cate, ca. 1960. Foto: onbekend. Collectie Theater Instituut Nederland.
Na een jaartje aan de universiteit van Bristol te hebben gestudeerd, keert Ritsaert ten Cate in de zomer van 1959 terug naar Nederland. De economiestudie was hij meer op aandringen van zijn vader gestart dan dat het zijn eigen wens was. Vader Ten Cate had de stille hoop zijn zoon klaar te laten stomen voor een carrière binnen Ten Cate Textiel, maar in het voorjaar van 1959 wist Ritsaert zeker dat zijn toekomst niet binnen het familiebedrijf lag. Ook zijn docenten in Engeland waren ervan overtuigd dat in Ritsaert geen industrieel verscholen zat.

Terug in Nederland bezocht hij met jeugdvriend Paul op den Coel eerst de Documenta in Kassel en ging vervolgens met hem mee naar Amsterdam. Paul studeerde er aan het conservatorium, Ritsaert stortte zich die eerste periode in het culturele leven. Wanneer Paul tijd had, ging hij met hem mee, naar toneelvoorstellingen, maar vooral naar films. Ze zagen alle nieuwe nouvelle vague films, vaak meerdere malen. Favorieten waren Les cousins van Claude Chabrol en Les quatre cent coups van François Truffaut. Ze hadden grootse plannen om zelf films te maken, en Ritsaert werkte aan verschillende scenario's. Het eerste scenario ging over een man die aan een mysterieuze ziekte leed en aan zijn kamer gekluisterd was. In 1994 zou Ten Cate een film maken getiteld Man alleen, geïnspireerd op dat eerste scenario dat hij rond 1960 schreef. Een tweede idee was een studie naar het werkproces van kunstenaar Kees Kortlang bij het maken van een beeld. Er vonden zelfs opnames plaats, maar de film werd nooit voltooid.

Carola Verkade, moeder van Ritsaert ten Cate.
Carola Verkade, moeder van Ritsaert ten Cate. Foto: onbekend. Herkomst: Privécollectie.
Het was de periode waarin Ritsaert en Paul vaak afspraken met Ritsaerts moeder Carla en haar tweede echtgenoot Ab Francot wanneer zij Amsterdam bezochten. Francot was enige tijd monnik geweest en leidde na zijn uittreding een avontuurlijk leven, samen met Ritsaerts moeder. Ze reisden veel, hadden verschillende antiekwinkels en Francot werkte enige tijd als chefkok in restaurtant D'Vijff Vlieghen in Amsterdam. Beiden dronken graag en veel, soms wat té graag en veel. Samen met Ritsaert en Paul spraken ze eindeloos over kunst, muziek, literatuur, religie en dronken daar het nodige bij weg.

Werkervaring deed Ritsaert in die jaren op bij verschillende werkgevers: in Den Haag werkte hij als huwelijksfotograaf en deed hij foto-ontwikkelwerk voor fotograaf Willy Schuurman, hij was camera-assistent bij een opdrachtfilm die Kees van Iersel maakte en hij deed foto- en filmwerk en trucages voor televisiespotjes bij het bedrijf Oscar Films. Vandaaruit kwam hij terecht bij Thijs Chanowski, een film- televisieproductiebedrijf. Volgens Chanowski was Ritsaert officieel productieleider, maar deed hij in de praktijk allerhande klusjes en klussen. Het klikte tussen beiden wat betreft de manier van werken, maar ook op het vlak van interesses: ze spraken vaak over kunst, theater en muziek. Ritsaert herinnert zich Chanowski als een "risky but wonderfully inspiring boss". (uit: Ritsaert ten Cate now door Gary Schwartz, 1996) Hij sloot zich aan bij de Nederlandse beroepsvereniging van filmmakers, NBF en het lidmaatschap maakte hem bewust van het feit dat hij op zoek moest gaan naar de artiest in hemzelf. "I cleary remember being kicked out of the Dutch Professional Association of Filmers for not paying my dues. But I also remember that once I had their card, I felt like a professional. It was as if having the card made me an artist. I eventually realized that I had to discover what artist there may be in me, rather than treating an organizational membership as if it were an official stamp of approval. 

Ritsaert ten Cate (staand) aan het werk bij Thijs Chanowski, film- en tvproducent. Begin jaren zestig.
Ritsaert ten Cate (staand) aan het werk bij Thijs Chanowski, film- en tvproducent. Begin jaren zestig. Foto: Martelhoff’s Circuline Foto-systeem. Collectie Theater Instituut Nederland.
Chanowksi Producties was een goede leerschool voor Ten Cate: het hoe dan ook tot een goed einde brengen van een productie, samenwerken, het mixen van verschillende (kunst)genres, stimuleren van interactie tussen artiesten en publiek, het boeken van buitenlandse artiesten en het rendabel maken diverse vormen van kunst. Maar het werk ging hem steeds meer tegenstaan: "We maakten televisieprogramma's, radioprogramma's en dat soort toestanden. Op een gegeven moment werd het erg frustrerend dat je rekening moest houden met de smaak van de vrouw van de direkteur van het bedrijf waarvoor bijvoorbeeld een spot bestemd was." (geciteerd uit: MM/TT, 1973) Wel vormden de jaren bij Chanowski, net als het lidmaatschap van de NBF, de aanloop naar Ten Cates eigen Mickery theater, galerie en uitgeverij in Loenersloot.

Bronnen: Ritsaert ten Cate now door Gary Schwartz, essay geschreven ter gelegenheid van de toekenning van de Stichting Sphinx Cultuurprijs aan Ritsaert ten Cate in 1996 en Man looking for words door Ritsaert ten Cate (Theater Instituut Nederland 1996)

 
Ritsaert ten Cate, 1985. Foto: Tony Thijs. Collectie Theater Instituut Nederland.
Ritsaert ten Cate, 1985. Foto: Tony Thijs. Collectie Theater Instituut Nederland.
 
Alleen in Ritsaert ten Cate
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020
2030
2040
2050