5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

Voorbeelden stukken Louis Bouwmeester & Co.

1866-1873
Louis Bouwmeester op ongeveer 25-jarige leeftijd, in de tijd dat hij zijn eigen theater- gezelschap Louis Bouwmeester & Co. had. In 1866 richtte Louis Bouwmeester, samen met Eduard Bamberg en Jules de Boer, het gezelschap Bouwmeester, Bamberg en De Boer op. Ook Louis vader Louis Rosenveldt en andere familieleden werden bij de nieuwe troep betrokken. Als snel werd de naam veranderd in Louis Bouwmeester & Co. In eerste instantie speelden zij in Amsterdam, maar al snel werd Rotterdam hun thuishaven. De hele familie woonde in de artiestenbuurt rondom de Hoogstraat. Volksstukken en Frans melodrama bepaalden het repertoire. Ze speelden voornamelijk in een zaaltje dat eerst 'De Nieuwe Rotterdamsche Schouwburg' werd genoemd, maar in de volksmond al snel met 'De Kleine Komedie' werd aangeduid:

De Bedelaarster
De Armen van Parijs
Marianne de Marketentster
Water de Genuees
De Tamboer van Napoleon I


Naast het Franse bestaande repertoire werden ook enkele oorspronkelijke stukken gespeeld:

’t Was maar een Loods van Arie Ruysch
Het Huishouden van Jan Steen van Marten Westerman
Blonde Els van W.N. Peijpers

Zomerschouwburg Tivoli in Amsterdam.
Van januari tot april 1869 week de troep korte tijd uit naar Amsterdam en speelde in het theater Tivoli in de Nes. Ze speelden het stuk Is sympathie aangenaam of lastig? en enkele stukken die ze eerder in Rotterdam gespeeld hadden. Eind april keerde het gezelschap terug naar de havenstad en speelde daar in de zomer van 1869 en die van 1870 in de verplaatsbare houten schouwburg 'Place des Pays-Bas', in de volksmond beter bekend als 'De Tuin van Doon'. In de zomer van 1869 speelde Bouwmeester in de Amsterdamse zomerschouwburg Tivoli van Willem Koster voor het eerst zijn later beroemd geworden rol in De Matroos. Maar als directeur van het gezelschap had Louis Bouwmeester niet altijd tijd om zelf mee te spelen, zijn broer Frits en zus Doortje zaten wel in praktisch elk stuk. Op het repertoire stonden onder andere:

Tijl Uilenspiegel in een vaudeville-bewerking
De reis om de wereld in tachtig dagen
De Non van Krakau

De Non van Krakau werd door sommige katholieken als aanstootgevend ervaren en een groepje Schiedamse katholieke herriemakers kwam naar Rotterdam om de voorstelling te verstoren. Het gevolg was dat 'De Tuin van Doon' gesloten moest worden, en Louis Bouwmeester zijn directeurschap neer moest leggen. Zijn broer Frits nam zijn taken over, en het gezelschap zou korte tijd Frits Bouwmeester & Co. heten. De troep speelde opnieuw in de Rotterdamse Kleine Komedie. Gedurende drie seizoenen voerden ze er spektakels, Franse melodrama's en vaudevilleachtige stukken op als:

De dochter van de Galeiboef
De Goudzoeker
Pillen van de duivel

Op het affiche van het laatstgenoemde stuk stond Louis Bouwmeester al weer als directeur aangekondigd. Een toevallige ontmoeting met Nathan Judels op de boot naar Dordrecht leidde ertoe dat Bouwmeester terugging naar de Salon des Variétés en compagnon werd van zijn vroegere werkgevers Pierre Boas en Nathan Judels in Amsterdam. Hij werd er directeur/regisseur en kon het grootste gedeelte van zijn Rotterdamse troep meenemen.

bronnen: De Bouwmeesters. Kroniek van een theaterfamilie van Simon Koster (Assen 1973) en Louis Bouwmeester. 50 jaren tooneel 1860-1910. Een overzicht door J.H. v.d. Hoeven (Amsterdam 1910).
 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950