5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

Gastrol in Vriend Fritz

14 januari 1924

Louis Bouwmeester als Rebbe David Sichel in Vriend Fritz.
Na Bouwmeesters ernstige ongeluk in 1923 had Royaards, van Het Nederlandsch Tooneel, hem een gastrol beloofd zodra Bouwmeester hersteld zou zijn. Royaards hield zich aan de belofte en Bouwmeester koos de gastrol van Rebbe David Sichel in Vriend Fritz, een rol die hij al decennia lang had gespeeld.

Dochter Wiesje herinnert zich hier het volgende over:

'Eindelijk was het dan zover, hè Vader? De repetities konden beginnen. Het lopen ging een stuk beter en in huis scharrelde je zelfs al zonder stok rond. Je had tóch Vriend Fritz gekozen, omdat de rol van de Rebbe niet te veel van je krachten zou vergen en je hem ook nog heel graag speelde. Toen de dag van je wederoptreden naderde, kon ik heel goed merken dat je beter was. Je begon weer heerlijk tegen mij te mopperen. Veertien dagen van tevoren begon je al te pakken. Je schmink in 'Dirk', je schoenen en gespen in 'Flip', en dan haalde je alles er weer uit en propte je de boel in je koffer 'Teun'. (noot v.d. redactie: Bouwmeester gaf zijn meubels namen, refererend aan de gevers of aan rollen die hij speelde).

Schminkkoffer 'Dirk', Collectie Theater Instituut Nederland. Ik kende deze verschijnselen en bleef het liefst uit je buurt. Je was onrechtvaardig, ja zeker, dat was je. Als we iets voor je moesten halen en het gebeurde niet vlug genoeg, riep je: "Als ik die stok maar niet nodig had, dan deed ik het zelf wel, maar ik ben een arme, oude, zieke sukkel!" Maar niemand vloog er in, weet je nog wel? Je ging je schminkpannetjes, waar je je schmink in smolt, schoonmaken en de keuken kon, na jouw geklieder, meteen een grote beurt hebben, maar niemand zei iets. Je tipte expres de as van je sigaar naast de asbak en dan gluurde je tussen je oogharen door naar mij, want je wist heel goed dat ik daar niet van hield. Maar geen woord van mij, hè Vader? Wel veegde ik het netjes, vlak voor je voeten op, zodat jij tenminste weer kon zeggen: "Ha mevrouw 'Paleis voor volksvlijt'!" Je zócht ons, maar we hebben nooit zóveel van je gehouden als toen, omdat we wisten dat je op was van de zenuwen.

Het was in januari, weet jij de datum nog? De Stadsschouwburg was eivol. Weet je nog dat je met de goederenlift naar je kleedkamer werd gebracht, om je het trappenlopen te besparen, en dat ze de lift prachtig met tapijten en bloemen hadden versierd? is dát een avond geworden, Vader? Toen je opkwam leek het of de hel losbrak. Het publiek bracht je een ovatie, minuten lang. Een paar dagen vóór je optreden zei je nog tegen mij: "Misschien zijn ze me al vergeten, ons vak is zo wreed: uit het oog uit het hart!" Dat dit spreekwoord niet op jou sloeg, heb je die avond wel héél goed kunnen merken!

Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik liet je bij zich komen in het Paleis op de Dam, om je persoonlijk te complimenteren, maar ook om je te zeggen dat je nog slecht liep en dat je naar zijn masseur moest gaan, dokter Van Spanje. Herinner jij je dat nog? Het was een cadeau van de Prins. Wat was je daar blij mee en wat liep je al gauw veel beter. "We gaan de Koopman maar weer spelen," zei je, "ik durf het weer aan." Wel ja, drieëntachtig jaar oud, gekraakt onder een auto vandaan gekomen, en maar weer rustig de Shylock gaan spelen!'

bron: De liefste vader en mijn beste vrindje Louis Bouwmeester, Wiesje Bouwmeester (Amsterdam 1958).
 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950