5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

Films

Toen vanaf 1895 de eerste films voor een betalend publiek werden vertoond, gebeurde dat voornamelijk op kermissen (de reisbioscoop) en als act in variétés. Deze films waren kort en toonden actualiteiten, natuuropnamen, beelden uit verre landen en grappige situaties ontleend aan het variété. Ook koningin Wilhelmina was in veel filmpjes te zien.

Advertentie voor 'Bioscoopsalon Vreeburg' uit het Utrechts Dagblad van 29 mei 1911. Deze vaste bioscoop werd in 1908 geopend. Rond 1910 werden films steeds vaker in een avondvullende voorstelling in een theater geprogrammeerd en ontstonden de eerste vaste bioscopen. De films werden ook langer, hetgeen het vertellen van een verhaal vergemakkelijkte, maar films hadden nog steeds weinig aanzien en een bezoek aan een bioscoop stond in geen verhouding tot een bezoek aan een concertzaal of schouwburg. Film was geen kunst maar vermaak en daardoor toegankelijk en laagdrempelig, er waren geen kledingvoorschriften en een kaartje kostte weinig. De bioscoopzaaltjes waren moderner en comfortabeler ingericht dan de reizende bioscopen op de kermis, maar waren nog steeds donker en rokerig. In eerste instantie werden voornamelijk buitenlandse films vertoond, hetgeen de productie van Nederlandse films vertraagde en beperkte, maar in de jaren '10 vond er een opleving plaats van de Nederlandse filmproductie.

Hoewel dat misschien voor de hand zou liggen, waren het in eerste instantie geen toneelspelers die optraden in de Nederlandse films. Film was in de ogen van velen van zulk laag allooi, dat de grote theaterpersoonlijkheden zich er niet aan durfden te wagen. Louis Bouwmeester vormde hierop een uitzondering. Als eerste vooraanstaande toneelspeler werkte hij tussen 1909 en 1924 mee aan tien Nederlandse films en één Engelse productie. Ook trad hij tijdens het voorprogramma regelmatig op op de podia in de bioscopen. Dergelijke voorprogramma's bestonden uit verschillende korte, vaak komische nummers en variété-acts. Bouwmeesters optreden in de films en op deze podia werd door het publiek, collega-toneelspelers en critici met gemengde gevoelens ontvangen. Nadat Bouwmeester het spits had afgebeten, zouden meer toneelspelers hem volgen.


Collectie Theater Instituut Nederland

Volgens dochter Wiesje vond Bouwmeester het filmen zelf wel prettig, maar het resultaat afgrijselijk. Ze herinnert zich dat ze samen met haar vader in de bioscoop een film zag waarin hij speelde. Ruim voor het einde sleurde Bouwmeester zijn dochtertje van haar stoel en siste: "Vooruit, mee, voordat het licht aangaat! Ik schaam me dood, ik ben net een duizendpoot; alleen handen zie ik. Speel ik nou op het toneel ook zo lelijk comedie?"

bronnen: 1900. Hoogtij van burgerlijke cultuur van Jan Bank en Maarten van Buuren (Den Haag 2000), Geschiedenis van de Nederlandse film en bioscoop tot 1940 van Karel Dibbets en Frank van der Maden (red.) (Het Wereldvenster 1986) en De liefste vader en mijn beste vrindje Louis Bouwmeester, Wiesje Bouwmeester (Amsterdam 1958)
 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950