5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

De ouders

Op 5 september 1842 werd in Middelharnis Louis Frederik Johannes Bouwmeester geboren. Hij was de zoon van toneelspeler Louis Frederik Johannes Rosenveldt en Louisa Francina Maria Bouwmeester, eveneens toneelspeelster. Na hem kwamen nog twee meisjes: Louise (1846-1922) en Theo(dora) (1850-1939) en één broer, Frits (1848-1906). Zijn ouders waren niet getrouwd en alle kinderen kregen de achternaam van hun moeder. Bovendien had Louis' vader in 1837 al een zoon gekregen die hij ook Louis had genoemd, eveneens uit een buitenechtelijke relatie. Deze Louis zou later de achternaam van zijn stiefvader, Moor, aannemen, en eveneens een geslaagd acteur worden.


Moeder Louisa Bouwmeester.
Vader Louis Rosenveldt, drager van de erenaam 'Eerste Komiek van de Koninklijke Schouwburg', was op zijn beurt ook weer de zoon van een bekende toneelspeler en -schrijver/vertaler: Frederik (Frits) Roosenveldt (1769-1847). Toen Louis Rosenveldt de moeder van Louis leerde kennen, was hij nog getrouwd met zijn nicht Susanna Lambotte (bij wie hij twee kinderen had). Bovendien had hij kort daarvoor ook nog een zoon (geboren 1837) en een dochter (geboren 1839) bij actrice Elisabeth (Lijsje) Vink gekregen. Hij had op dat moment een eigen gezelschap, de Nederduitse Tonelisten, waar ook Lijsje bij aangesloten was.

In 1939 ontmoet hij echter ook Louisa Bouwmeester, een mooi, levendig en beschaafd meisje van twintig jaar dat de rol van kamenierster speelde in het stuk Jeugd en Verleiding, of De Boer te Parijs, waarin Louis Rosenveldt zelf ook speelt. Het stuk was naar het Nederlands vertaald door zijn vader Frits en werd gespeeld door Rosenveldts eigen gezelschap in de 'Hoogduitse Schouwburg' (het latere Grand Théâtre) in Amsterdam.

In het huisje van vishandelaar Leendert Jordaan aan de Oostdijk te Middelharnis wordt Louis Bouwmeester om acht uur 's avonds op 5 september 1842 geboren. Zijn moeder is reizend toneelspeelster en zes dagen voor de geboorte te Middelharnis aangekomen om met het gezelschap Chanteur en Compagnon in de feesttent op het Vingerling te spelen. De bewoners van Middelharnis beschreven haar als een tenger, mondain vrouwtje, met prachtig glanzend-zwart haar en zielvolle ogen. Op 6 september werd de geboorte van de kleine Louis op het stadhuis aangegeven, en nog dezelfde dag werd hij katholiek gedoopt.

Louisa's vader is kapper van beroep, maar ook haar twee zussen, Maria en Catherine, belanden in de wereld van toneelspelers. Beiden huwen een Franse circusartiest, Maria trouwt met een lid van de Hector-familie, Catherine met een Mouton. Ongetwijfeld hebben zij de mannen als bezoekers aan een kermis in de buurt van Rotterdam ontmoet. Uit beide huwelijken komen opnieuw artiestenfamilies voor, die in Frankrijk nog generaties lang actief zijn gebleven.

Vader Louis Rosenveldt. Louis Rosenveldt en Louisa Bouwmeester hebben nooit wettig kunnen trouwen, maar hun relatie is duurzaam geweest. Samen met hun vier kinderen, die ook elk op hun beurt acteurs en actrices zouden worden, hebben zij altijd als gezin geleefd, hoewel de ouders geregeld op tournee waren en zij de kinderen dan bij de grootouders onderbrachten. Louis zuster, Theo Mann-Bouwmeester schrijft over hun moeder in haar memoires:

'Als ze af en toe bij ons kwam, was 't ons een groote vreugde, ze had zulk prachtig, zachtgolvend, glanzend-zwart haar en haar kleeren waren zoo zacht, zoo zij-ig, dat ik altijd aan haar knie kwam staan en zachtjes langs den fluweelen of satijnen rok streelde. Ik hield zoo zielsveel van moeder, die altijd een zonnetje meebracht als ze kwam.'

Louisa overlijdt in 1865, na 25 jaar met Louis Rosenveldt te hebben samengeleefd. Twee jaar later sterft ook Louis Rosenveldt.

bronnen: De Bouwmeesters. Kroniek van een theaterfamilie van Simon Koster (Assen 1973) en Louis Bouwmeester. Herinneringen aan een groot Nederlander. samengebracht door Cor Dommelshuizen jr. (Hoorn 1942).
 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950