5|09|1842 - 28|04|1925
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Louis Bouwmeester

De eerste vrouw


Louis Bouwmeester op ongeveer 20-jarige leeftijd.
Louis Bouwmeester ontmoette zijn eerste echtgenote, Christine la Rondelle, rond zijn achttiende jaar. Vlak voor zijn achttiende verjaardag had hij het ouderlijk huis verlaten en was naar Amsterdam gegaan. Dat eerste jaar speelde hij bij vier verschillende gezelschappen. De eerste was Duport in de Nes, waar ook de zeven jaar oudere Christine speelde. Hij heeft bij Duport in minstens vijf stukken gespeeld:

De Kleine Waarzegster, een Duits toneelspel
Laurierboom en Bedelstaf, van Von Holtei
De Metselaar, een Franse vaudeville
Landhuis aan de Grote Weg, van Kotzebue en
Pascal, een Frans blijspel

Na de voorstellingen bij Duport vormt Bouwmeester een kleine eigen troep en speelt heel kort in de Franse Komedie aan de Amstel. Vervolgens heeft hij samen met Christine drie debuutavonden in de Stadschouwburg, op 24, 26 en 28 augustus 1861. Bouwmeesters halfzus Jacoba Rosenveldt en haar man, Leendert Huysers, speelden bij het schouwburggezelschap en hadden hen bij de directie aanbevolen. Het was tevergeefs, Louis en Christine kregen geen engagement. Huysers én Bouwmeester zullen ongetwijfeld hebben teruggedacht aan Bouwmeesters optreden van drie woorden in het stuk De Korporaal, opgevoerd in het seizoen 1854/55, toen Louis twaalf jaar oud was. Huysers snauwde hem toen toe: 'Ruk uit, ezel! Jij leert 't nooit!'.

Bouwmeester gaf de hoop echter niet op en kwam terecht bij Boas en Judels. Zijn eerste voorstelling daar in het seizoen 1861/62 als 'Fridolin' in De Gang naar de IJzersmelterij (naar Schillers ballade door Franz von Holbein) zag hij zelf als zijn officiële debuut.

Advertentie uit de Amsterdamse Courant van 17 december 1867.
De pers was nog niet helemaal overtuigd van zijn kunnen, maar Boas en Judels boden hem een engagement aan. 'De heer Bouwmeester debuteert gelukkig' was de reactie van één der recensenten. Een ander vond dat Bouwmeesters spel 'sporen van gemis aan gezette studie' droeg, dat hij 'iets onzekers en gedwongens in zijn houding en bewegingen' had en dat zijn stem 'soms een doffe onaangename toon' had. Bouwmeester was blij met zijn engagement, niet in de laatste plaats omdat hij een week voor de première van De Gang naar de IJzersmelterij met Christine in het huwelijk getreden was. Ook zij werd door Boas en Judels aangenomen.

In 1866 start Louis Bouwmeester zijn eigen troep, Louis Bouwmeester & Co. Het wordt een familiegezelschap waarin veel Bouwmeesters en La Rondelles samenwerken. Het gezelschap vestigt zich in 1867 in Rotterdam en in september wordt het winterseizoen geopend met De Bedelaarster waarin Louis en Christine de hoofdrollen spelen. Dat zullen ze doen bij de meeste stukken die het gezelschap brengt, al is het voor korte tijd, want in 1868 wordt hun huwelijk verbroken. Ze hebben geen kinderen. Christine blijft acteren en zal later hertrouwen met de acteur P.L. Fredi. Bouwmeester trouwt in hetzelfde jaar van de scheiding met de actrice Anna van Engers.

bronnen: Louis Bouwmeester. Herinneringen aan een groot Nederlander. samengebracht door Cor Dommelshuizen jr. (Hoorn 1942) en De Bouwmeesters. Kroniek van een theaterfamilie van Simon Koster (Assen 1973).
 
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
Louis Bouwmeester (1842-1925) als Robbeknol in De Spaansche Brabander
 
Alleen in Louis Bouwmeester
1860
1870
1880
1890
1900
1910
1920
1930
1940
1950