25|7|1916 - 6|5|1978
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Ko van Dijk

Schouwtooneel en Nieuw Schouwtooneel


Ko van Dijk Jr. in Atlas Hotel (1937) van het Nieuw Schouwtooneel. Collectie Peter-Jan van Dijk.
Het Schouwtooneel werd in 1919 opgericht onder directie van Adriaan van der Horst en Jan Musch. Het eerste stuk van het gezelschap was Het wederzijds huwelijksbedrog van de Haarlemeer Pieter Langendijk (1683-1756) en min of meer een hommage aan de stad Haarlem, waar het gezelschap in de Haarlemse Schouwburg speelde. Een week later ging De paradijsvloek van de Limburger Alphons Laudy (1875-1970) in première. Met deze twee Nederlandse stukken maakte het Schouwtoneel een vliegende start. Ko van Dijk senior was één van de toneelspelers die zich aan het gezelschap hadden verbonden. Andere spelers waren bijvoorbeeld Stine van der Gaag, Wilhelmina van der Horst- van der Lugt Melsert, Frits Bouwmeester en Carel Rijken. Ook de beide directeuren waren actief op het toneel: Jan Musch als speler en Adriaan van der Horst als regisseur. Het Schouwtoneel bracht relatief veel stukken van eigen, Nederlandse bodem. Bij het tienjarig jubileum waren 42 van de in totaal 131 uitgebrachte stukken van Nederlandse oorsprong.

Het gezelschap was gevestigd in Amsterdam, maar kon nauwelijks in de hoofdstedelijke zalen terecht. De directie had gedeeltelijk onderdak gevonden in Haarlem en Utrecht. Toen het gezelschap van Royaards in 1924 de stadsschouwburg aan het Leidseplein verliet, werd het Schouwtooneel met een aantal andere gezelschappen uitgenodigd mee te dingen naar de positie van vaste bespeler van het theater aan het Leidseplein. De concurrentiestrijd werd gewonnen door Het Vereenigd Tooneel, van Verkade en Verbeek.

Ondanks deze tegenslag ging het Schouwtooneel verder en juist dankzij het wisselende repertoire, had zij over publiek niet te klagen. Stukken van Shakespeare en Molière, Ibsen en Björnson, Pirandello en Shaw werden afgewisseld met de eerder genoemde stukken van Nederlandse bodem: Vondel, Bredero, Heijermans, Frederik van Eeden, Anna van Gogh-Kaulbach, Ina Boudier-Bakker, Jan Fabricius en J.L. Walch. Alleen aan de echt vernieuwende, experimentele toneelkunst waagde het Schouwtooneel zich niet.
De familie Kegge met in het midden Ko van Dijk Sr. (1935) van het Nieuw Schouwtooneel. Foto: Kurt Kahle. Collectie Theater Instituut Nederland.

 
Het gezelschap leed een groot verlies na het overlijden van de sinds kort aan het gezelschap verbonden veelbelovende Greta Lobo in 1926 en de steractrices Wilhelmina van der Horst in 1928 en Stine van der Gaag in 1929. Deze tragische gebeurtenissen leidden bovendien de crisisjaren in. Het gezelschap raakte in financiële problemen hetgeen weer leidde tot problemen tussen de directie en de toneelspelers. Verschillende spelers wachtten het einde niet af en kozen een ander gezelschap. Het Schouwtooneel ging in 1933 failliet. Ko van Dijk Sr. en Frits Bouwmeester richtten in datzelfde jaar het Nieuw Schouwtooneel op.

Ko van Dijk Jr. maakte op 28 december 1932 als Dirk in De Kingfordschool zijn debuut bij het Schouwtooneel, en zou daarna nog enkele jaren bij zijn vaders gezelschap het Nieuw Schouwtooneel veel ervaring opdoen. Niet omdat hij zoveel rollen te spelen kreeg, het waren voornamelijk figurantenrollen en souffleur-klussen die hij toebedeeld kreeg, maar vanachter de coulissen kon hij zien en leren van wat anderen op het toneel presteerden. Het was bovendien niet alleen het spel dat hem fascineerde, de hele theatersfeer was hem bijzonder lief. Toen zijn vader in 1937 onverwacht overleed, maakte Ko van Dijk Jr. de overstap naar het gezelschap Saalborn-Parser.

Bron: Facetten van vijftig jaar Nederlands toneel (1920-1970) van G.J. de Voogd (red.) (Amsterdam 1970).
 
Ko van Dijk in Dagboek van een herdershond. Fotograaf onbekend.
Ko van Dijk in Dagboek van een herdershond. Fotograaf onbekend.
 
Alleen in Ko van Dijk
1930
1940
1950
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020