Volgens Eduard Veterman
Generen voor talent

Portret Eduard Veterman. Bron: website dbnl.nl. Eduard Veterman was voor de oorlog een begenadigd auteur, decorontwerper en regisseur van het Rotterdamsch Hofstadtoneel.
“Ze begint met elke rol vervelend en lelijk te vinden en om kleine bijzaken te lachen. Op de repetities die dan volgen heeft men het gevoel dat ze iedereen voor de gek houdt. Op de mise-en-scène let ze niet, zodat telkens verwarring ontstaat. Dikwijls is ze na enkele repetities haar rol kwijt: verloren in tram of trein. Tot verbijstering van iedereen kent ze dan meestal de hele tekst reeds, ofschoon ze zich er niet toe heeft gezet deze te leren. Ze is dikwijls lusteloos, of breekt af om een lekker broodje te eten. De regisseur trekt zich de haren uit het hoofd, maar dat maakt geen indruk op haar. Tot ze plosteling, onverwacht, “zin” krijgt... dan is ze de eerste op de repetitie, smijt haar hoed in een hoek, gooit haar mantel over een stoel en repeteert niet, maar spéélt, voor de vuist weg. De regisseur is sprakeloos, de collega’s schudden het hoofd van bewondering en zijzelf verdwijnt stil en snel, alsof ze zich geneerde voor haar talent.”
Geciteerd uit:
De Tijd, Henk van Gelder 8 oktober 1982 (oorspronkelijk citaat uit Cinema & Theater)