27|4|1921 - 13|11|2014
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Feike Boschma

Jong volwassen

Feike Boschma, portret ca. 1938. Collectie Feike Boschma.
Feike Boschma, portret ca. 1938. Collectie Feike Boschma.
Na de lagere school ging Feike Boschma naar de MULO. Dat werd geen succes. Nadat hij was blijven zitten in het eerste jaar, stapte hij over naar de ambachtsschool, want op de boerderij aan het werk, zoals zijn ouders suggereerden, zag hij helemaal niet zitten. Maar ook de ambachtsschool werd geen succes. Feike wist niet wat hij wilde, maar het werd hem wel duidelijk dat zijn toekomst niet in de techniek lag die hem op school werd geleerd. Thuis luisterde hij naar de radio en maakte hij poppen en tableaux vivants in oude schoendozen.

Hij zat middenin zijn pubertijd en raakte in de put van het feit dat hij niet wist wat hij wilde. Hij leefde op door een suggestie van zijn vader om een muziekinstrument te gaan bespelen. Hij gaf zijn zoon een mandoline. Het getokkel op de snaren en het noten leren lezen hielpen Feike om uit de put te komen. 

Hij maakte de keuze om de ambachtsschool te verruilen voor de MTS in Leeuwarden. Het was er meer open dan in Sneek en als jonge boerenzoon uit de provincie kwam hij er in aanraking met klasgenoten uit andere delen van het land. De sfeer was er losser en de manier van praten soepeler. Zijn liefde voor taal werd er aangewakkerd door wat hij hoorde, van zijn soms Hollandse klasgenoten, maar ook door de verhalen van zijn leraar machinebouw, die prachtig kon vertellen. Feike werd lid van het schoolcabaret en gaf een zelfgetekend en -geschreven krantje uit. Hij schreef er een stuk in over een voorstelling die hij zag op de kermis in Sneek, waar hij een Duits groepje zag, dat absoluut geen publiek trok: "Ik was de vaste bezoeker. Het waren twee mannen met marionetten. Ik raakte enorm gefascineerd door de draadjes. Niet zozeer uit nieuwsgierigheid wat die mannen deden, want dat had ik na een aantal keren wel gezien, maar ik werd gegrepen door het visuele effect van de draden, onafhankelijk van de pop die eronder aan hing. Ik heb daar nog quasi-filosofisch over geschreven in het schoolblad, maar je begrijpt dat dat natuurlijk niet zo'n succes bij mijn medeleerlingen had."(Geciteerd uit: Haagsche Courant, 31 oktober 1990)

Feike als tijdvakcontroleur: v.l.n.r.: Feike, Dhr. Dengerink, Van Elst, Both en Bruijn. Collectie: Feike Boschma.
Feike als tijdvakcontroleur: v.l.n.r.: Feike, Dhr. Dengerink, Van Elst, Both en Bruijn. Collectie: Feike Boschma.
In 1942 deed Feike eindexamen van de MTS. De hele klas slaagde omdat een ingeslagen Engelse bom alle examens had vernietigd. Kort daarna vond hij met wat andere MTS-ers een baantje bij Werkspoor in Utrecht, fabrikant van rollend materieel. Hoewel er NSB-ers werkten, fungeerde het bedrijf tegelijkertijd als een dekmantel om jonge mannen, die het risico liepen om in Duitsland te werk gesteld te worden, aan het werk te houden in niet-bestaande baantjes. Feikes functie was tijdvakcontroleur. Hij hoefde niets te doen en bracht zijn uren op de fabriek door met lezen. Hij woonde op een kamertje in Utrecht en in het weekend speelde hij hockey met wat collega's, soms bezochten ze een museum en één avond in de week ging hij naar een tekenclubje. Puur uit verveling ging hij ook weer marionetten maken. Hij raakte bevriend met de religieuze schilder Lambert Simon. Eens per maand zocht Feike hem op. Ze voerden lange gesprekken over schilderkunst en taal. De ontmoetingen waren begonnen als tekenlessen voor Feike. Toen hij eens een zelfgemaakte marionet meenam, overtuigde Simon hem ervan dat hij het tekenen moest laten voor wat het was en met de marionetten verder moest.

De boerderij in IJsbrechtum. Collectie: Feike Boschma.
De boerderij in IJsbrechtum. Collectie: Feike Boschma.
Intussen, het was voorjaar 1944, was het op de fabriek zo dodelijk saai dat Feike het er niet meer uithield. Hij sprak erover met een leidinggevende die hem begreep en ervoor zorgde dat hij twee weken later een nieuw persoonsbewijs kreeg met daarop de vermelding 'onmisbaar als boerenknecht'. Hij ging terug naar de boerderij van zijn ouders en dook daar min of meer onder. Er waren in die tijd ook twee Duitse soldaten ingekwartierd, die sliepen in het hooi bij de paarden. Ze waren al behoorlijk op leeftijd, beleefd en vriendelijk en leken net zo hard te hopen dat de oorlog af zou lopen als de Nederlanders. Feike hield zich gedeisd en verbleef voornamelijk op zolder, en ook hier sloeg de verveling toe. Opnieuw maakte hij marionetten en kwam tot een fascinerend inzicht toen hij een zelfgemaakte marionet voor de spiegel liet bewegen: "Ik ontdekte voor de spiegel dat het leek alsof de pop uit zichzelf bewoog. Dat vond ik zo'n ontdekking dat ik het eerst niet vertrouwde, maar het bleek dat ook anderen die illusie ondergingen. Dat was het begin. Ik wilde weten hoe dat kon. Dat weet ik nu eigenlijk nog niet, maar ik vind het ook niet zo belangrijk meer."(Geciteerd uit: documentaire Het gaat om de beweging van Luk Blancquaert, 1985) (Klik hier om een fragment te zien met de witte ballerina, één van de eerste marionetten die Boschma maakte.)

Foto van de ‘Witte Ballerina’ één van de eerste marionetten die Feike Boschma maakte. Foto: Marco Bakker. Collectie: Theater Instituut Nederland.
Foto van de ‘Witte Ballerina’ één van de eerste marionetten die Feike Boschma maakte. Foto: Marco Bakker. Collectie: Theater Instituut Nederland.

Op dat moment nam Feike de beslissing om, als straks de oorlog afgelopen was, als professioneel poppenspeler aan de slag te gaan. Zijn ouders keken er niet vreemd van op en reageerden nuchter. "Ze hebben me niet tegengewerkt. Mijn vader zei: Het lijkt me financieel wel een zware dobber. Een ding Feike, je doet het maar, maar ik haal er geen koe voor van stal. Met andere woorden: ik moest mijn eigen boontjes maar doppen. Dat vond ik wel goed. Het was een mooie prikkel voor me." De reactie van vrienden en kennissen was vergelijkbaar: "Iedereen begon in die tijd opnieuw. Velen met iets geheel anders dan waarvoor ze hadden gestudeerd. Mijn keuze vond men wel verrassend, maar niet echt vreemd. Ik was altijd al een kind geweest met een kunstzinnig kantje: veel fantasie en tekenen." (Geciteerd uit: Haagsche Courant, 31 oktober 1990)

 
Collectie: Feike Boschma.
Collectie: Feike Boschma.
 
Alleen in Feike Boschma
1940
1950
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020
2030