27|4|1921 - 13|11|2014
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Feike Boschma

Inspiratiebronnen

Foto: Fred Lammers. Collectie: Feike Boschma.
Foto: Fred Lammers. Collectie: Feike Boschma.
In zijn zoektocht naar de essentie van de beweging heeft Feike Boschma altijd over de grenzen van de traditionele poppenspeler heengekeken, op zoek naar aansluiting bij andere kunstdisciplines. Om de ruimtelijke beweging van zijn figuren te doorgronden, bestudeerde hij literatuur over mimetechniek en om meer te weten te komen over de werking van materialen en kleurgebruik, maakte hij een studie van de schilderkunst. "Het poppenspel leent alles, het heeft zelf geen vaktermen", zegt Boschma hierover. (Trouw, 25 april 1996) In al zijn voorstellingen zijn elementen uit de schilderkunst (Matisse!), dans, theater, cabaret, muziek, poëzie en/of literatuur terug te vinden. Hiermee heeft hij het poppenspel een belangrijke artistieke impuls gegeven. Boschma kijkt en luistert graag naar andere kunstenaars, gaat graag met hen in gesprek en staat open voor samenwerking. In een interview met de Haagsche Courant van 11 december 1992 vertelt hij deze ontmoetingen nodig te hebben, niet alleen om zich technisch te ontwikkelen, maar ook om wat aanspraak te hebben. "Want, het is een mooi, maar zonder inspiratie van anderen, ook eenzaam beroep".

Als vroegste inspiratiebron geldt wellicht het variété-theater op de kermis waar zijn ouders hem in zijn jeugd mee naartoe namen: "Nu ja, ik ben een lyrisch persoon. Maar tegelijkertijd houd ik erg van de zelfkant van het theater, zoals je die vroeger op de vooroorlogse kermis zag. De melodrama's waarin de hele familie omkwam, waarna de directeur van het theatertje, netjes in jacquet, opkwam en met gezwollen stem zei: 'Maar het hooggeëerde publiek is hier niet gekomen om te huilen, het is gekomen om te lachen'. En dan stonden alle lijken op en speelden ze hetzelfde stukje als parodie. Juist dat shabby-achtige, dat aroma van de misleidingen had een sterke aantrekkingskracht op mij. Ik hield van het variété. De man met de witte poedeltjes, de act met de duiven, de kunstwielrijder, dat is nu zo goed als uitgestorven. De revue is er nog wel, maar die is tegenwoordig zo glad geworden dat de menselijke kant er helemaal afgeraakt is. Wat ik in die kermistheatertjes leuk vond: het bewoog zo, de coulissen zag je heen en weer gaan. Het bos-coulisje was heel echt geschilderd, maar er zat een winkelhaak in het doek, dus was het ook weer niet echt. Dat echte en tegelijkertijd niet-echte had voor mij een enorme charme. Ik stond eens achter het toneel en zag een goochelaar de verdwijntruc doen. Die is natuurlijk enorm versleten, maar ik zag hoe dat zo'n beetje ging. Fascinerend vond ik het. Dat ik de truc nu doorzag hinderde eigenlijk helemaal niet." (Geciteerd uit: Gooi en Eemlander, 4 april 1991)

Publiciteitsfoto van zwijgende filmster Asta Nielsen in 'Hamlet' uit 1920.
Publiciteitsfoto van zwijgende filmster Asta Nielsen in 'Hamlet' uit 1920.
Toen Boschma eenmaal als professioneel poppenspeler aan het werk was, groeide zijn behoefte aan kennis, een theoretisch kader of raamwerk dat beschreven kon worden, gelezen en herlezen en weer kon worden doorverteld. Elementen van wat hij zocht, vond hij in de gesticulatie-technieken uit de zwijgende film ("Ik heb veel geleerd van de acteurs in stomme films: zij moesten ook zonder woorden hun emoties aanschouwelijk maken") en de mime-beginselen van Etienne Decroux die de mime-bewegingen schematiseerde en grondregels gaf voor de mime-techniek. Ook de bewegingsoefeningen in Marionettes et Marionettistes de France van de acteur André-Charles Gervais boden houvast en gaven inzicht. Uit alle theorie destilleerde Boschma gaandeweg zijn eigen analyses en doorgrondde op die manier steeds beter wat hij deed met zijn eigen poppenspel.                                   

Een wenskaart gekregen van Cilli Wang. Collectie: Feike Boschma.
Een wenskaart gekregen van Cilli Wang. Collectie: Feike Boschma.
Eind jaren veertig belandde Feike Boschma in Den Haag, de stad waar het Theater der Vereenigde Poppenspelers was opgericht, met Guido van Deth als middelpunt. Enigszins teleurgesteld en ook verbaasd moest Boschma constateren dat zijn Haagse collega's hem qua bewegingstechniek en ontwikkeling niet verder zouden kunnen brengen. Ze vonden Boschma, die als enige geen tekst in zijn voorstellingen gebruikte, maar modern. Hoewel de collega's aardig waren, stond de stad hem tegen. Hij overwoog te verhuizen, tot hij in de schouwburg Cilli Wang zag spelen in haar eigen, avondvullende programma met dansparodieën. "Zij danste heel sierlijk met komische intermezzo's en wist het publiek perfect te bespelen. Ik was zo beduusd van haar voorstelling! Een paar jaar later had zij iemand nodig die een marionet voor haar kon maken en ik ben met haar programma meegereisd. Later trad ik met haar op in Wim Kan's 'ABC cabaret'. Ze gebruikte getrukeerde kostuums, die je ook wel zag in revues en het variété. Zoals 'De twee parterre-acrobaatjes', een nummer waarin twee lilliputpoppen samen een kostuum vormden. Ook haar nummers en trucs waren vaak ontleend aan het variété, maar dan psychologisch ingevuld en omgebouwd naar haar persoon. 'Het mondaine danspaar' was zo'n nummer. Zij danste een aristocraat in rokkostuum en in haar armen hield zij een kop met jurk." „Die pop was een vrij ordinaire griet", grinnikt Boschma. „De tekst 'I am dancing with tears in my eyes' kreeg zo een betekenis: de aristocraat had een verkeerde partner. Er was geen betere leermeester voor mij dan Cilli, want ze had een grote intuïtie voor poppenspel, alsof zij zich fysiek in mijn pop kon verplaatsen. Zij wilde altijd alles weten en vroeg dan: 'Wat heb jij gemaakt?' Ik kreeg ook vaak op mijn kop van haar. Dan veranderde zij iets aan een marionet, het bevestigingspunt van een touwtje, waardoor de beweging ineens klopte. Het is verbijsterend hoe snel de tijd gaat. Het was een andere sfeer, niet zo effectief als nu. Het waren belezen mensen. Cilli droeg bij de thee Goethe voor. Wat wij opvoerden was vaak lichter dan de gesprekken die we voerden. Ik was zo jong en moest zo veel leren. Ik heb grote romantische herinneringen aan die tijd, een kunstzinnige sfeer.  (Geciteerd uit: Trouw, 25 april 1996)

Boschma leest veel, literatuur van Balzac en Hugo, maar Dostojevski is favoriet. "Hoe Dostojevski de duistere èn de groteske kanten van het leven doorgrondt, is niet te evenaren". Maar hij leest vooral ook graag poëzie, daarbij is de Friese schrijver en dichter met Franse inslag, Jacques van Hattum, favoriet. "Van Hattum geeft zijn personages óf een Franse, óf een Friese naam - dat is natuurlijk al een indicatie. Het bijzondere van Van Hattum is dat hij zo'n mooi evenwicht weet te vinden tussen lyriek en wreedheid; het verhevene en het duistere. Schrijft Van Hattum over een prachtige waterkant, kun je er donder op zeggen dat in de volgende alinea een vis door een snoek wordt vermoord." (Geciteerd uit de Volkskrant, 29 maart 1996)

Gedurende zijn lange carrière werkte Boschma samen met onder andere Wim Sonneveld, van wie hij stemtechnieken en flitsende theatertechnieken leerde en mimespeler Rob van Reijn, die hem eens regisseerde en zich tot Boschma's verbazing in de eerste plaats bezighield met het licht. Van Reijn liet hem zien dat theater licht is, en sindsdien weet Boschma hoe hij met de belichting illusies op kan roepen. Met beeldend kunstenaar Peter Struycken filosofeerde hij langdurig over kleur en vorm.

‘On the road’, met Rob van Houten. Foto: Robert Voigtlander, Tet Lagemaat. Collectie: Theater Instituut Nederland.
‘On the road’, met Rob van Houten. Foto: Robert Voigtlander, Tet Lagemaat. Collectie: Theater Instituut Nederland.
Van grote invloed op Boschma's spel is de samenwerking met mime-speler Rob van Houten sinds de jaren zeventig geweest. Die voorstellingen deden hem inzien hoe goed de combinatie van pop en mens kan uitvallen. "Rob speelde op het toneel een act, ik zat achter een tafel en trok aan een draadje om iets te laten bewegen. In die periode is het begrip 'pop' uitgebreid en begon ik ook allerlei andere voorwerpen te gebruiken." (Geciteerd uit Haagsche Courant, 31 oktober 1990) "De samenwerking tussen Rob en mij berust enerzijds op het grootst mogelijke contrast en anderzijds op een zekere overeenkomst. Rob speelt altijd keiharde scènes met kracht, agressie en tempo. Terwijl ik lyrisch ben en romantisch. Rob zegt altijd-, jij bouwt de poëzie op en dan breek ik er doorheen. Maar de humor van het absurde is onze gemeenschappelijke basis. Het zijn de dingen van de straat en het café die vooral Rob heel scherp waarneemt. Ik put meestal niet uit de directe werkelijkheid maar uit de fantasie over de werkelijkheid. Mijn romantiek is meer literair georiënteerd. We zitten dus allebei op een poëtisch spoor maar we werken het totaal verschillend uit. Ik ben de zachte kant, hij de harde. En als dat goed in balans is kunnen we dingen maken die erg gelukkig in elkaar zitten." (Geciteerd uit: Gooi en Eemlander, 4 april 1991)

‘A romance in many dimensions’. Foto: Emilio Brizzi. Collectie: Theater Instituut Nederland.
‘A romance in many dimensions’. Foto: Emilio Brizzi. Collectie: Theater Instituut Nederland.
Rob van Houten en Feike Boschma beïnvloedden elkaar wederzijds. Boschma werd er naar eigen zeggen directer en aardser van, terwijl Van Houten juist iets opschoof naar de poëtische kant. Eind jaren tachtig vond opnieuw een vorm van kruisbestuiving plaats, nu met 'de Grieken': regisseur Nikos Armaos, componist Iraklis Paskalidis en vormgever Apostolos Vettas.  Boschma ontmoette hen tijdens The International Theatre Meeting in de zomer van 1986, waar Feike op hun uitnodiging optrad in het openluchttheater Averof. Van hen leerde hij veel over de rol van de poppenspeler. Samen maakten ze onder andere zijn jubileumvoorstellingen A Romance in Many Dimensions (1989), Eenmaal sterft ook de zee (1991), Tristan en Isolde (1994) en De poppen aan het dansen (1996) Boschma werkte ook mee aan enkele voorstellingen in Griekenland. De Grieken zeiden tegen hem: "Jij bent de baas, jij brengt een lapje tot leven, dat loopt uit de hand, het lapje keert zich tegen zijn schepper en dan ben jij weer degene die daar een eind aan maakt. Het is als in de verhalen van Pinocchio, Pygmalion, het monster van Frankenstein, de Golem-legende...de overgang van het leven naar de dood en weer terug. Ja, de dood komt vaak in mijn voorstellingen voor. Veel méér is er met poppen ook niet te doen."  (Geciteerd uit: NRC, 8 oktober 1999)

"De Grieken maken het altijd dieper. Ze denken dan een hele middag na en brengen mijn materiaal terug tot een klassiek thema. In de jubileumvoorstelling is het Pinocchio, Pygmalion, het monster van Frankenstein. Allemaal schepsels die in opstand komen tegen hun schepper. Het draait om mijn relatie met het materiaal. De Grieken zeiden: 'Soms zie je er wel iets in en soms niet, maar dat ligt niet aan het materiaal. Daarom neemt het wraak'." (Geciteerd uit: Trouw, 25 april 1996)

 
Foto uit de voorstelling ‘Eind goed, al goed’ Cilli Wang in het nummer Souvenir d’Hollande. Foto: Kurt Kahle. Collectie: Feike Boschma.
Foto uit de voorstelling ‘Eind goed, al goed’ Cilli Wang in het nummer Souvenir d’Hollande. Foto: Kurt Kahle. Collectie: Feike Boschma.
 
Alleen in Feike Boschma
1940
1950
1960
1970
1980
1990
2000
2010
2020
2030