5|01|1889 - 25|10|1971
Een leven lang theater Theaterencyclopedie Albert van Dalsum

Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel

De Pastoor van NeuviletteAlbert van Dalsum, Mien van Kerckhoven-Kling in De pastoor van Neuvillette, 1915. Foto M.M. Couvée. Collectie Theater Instituut Nederland. Na bijna vijf jaar bij Het Tooneel van Willem Royaards gespeeld te hebben, vond Albert van Dalsum dat hij te weinig te spelen kreeg. Hij had belangrijke rollen in Royaards' Vondel-opvoeringen, maar daarnaast werd hij alleen voor kleine rollen ingezet. Ook Royaards' regiestijl beviel hem steeds minder, hij wilde natuurlijker spelen. Van Dalsum maakte daarom in 1914 de overstap naar de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel, waar zijn eerste leermeester Jan C. de Vos sr. één van de regisseurs was.

Het was een vooraanstaand gezelschap dat in 1876 door drie welgestelde heren werd opgericht: bankier, literator en toneelschrijver H.J. Schimmel, bankier Abraham Wertheim en G. van Tienhoven, de latere minister en burgemeester van Amsterdam. Hun doel was om met dit gezelschap hun ideeën over verheffing en ontwikkeling van het toneel in de praktijk te brengen. Er kwam bijvoorbeeld geen toneeldirecteur, maar een Raad van Beheer van gegoede burgers, die een zekere continuïteit moest veilig stellen. Door toneelminnende burgers bij elkaar te brengen, zou de bekwaamheid van de acteurs verhoogd worden, zouden schrijvers worden aangemoedigd nieuwe drama's te schrijven en zou de toneelkritiek gestimuleerd kunnen worden. Tevens wilden de drie oprichters het toneel op de kleine burgerman en de massa heroveren. Hun devies was 'beschaving'.

Om deze doelen te verwezenlijken had H.J. Schimmel in eerste instantie een paar jaar eerder, samen met Jan Nicolaas van Hall, 'Het Nederlandsch Tooneelverbond' opgericht. Eén van de meest concrete resultaten was de oprichting van de Toneelschool in 1874 in Amsterdam, behalve door het Verbond ook gefinancierd door koning Willem III. De koning bevond zich ook regelmatig onder de bezoekers van voorstellingen van Het Nederlansch Tooneel in Den Haag en in 1881 verleende hij het gezelschap het predikaat 'Koninklijk'.

De Koninklijke Haagsche Schouwburg was de thuisbasis van de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel, maar het gezelschap speelde ook in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Daar zorgde de Vereniging ervoor dat een Nederlandse variant ontstond naar het grote voorbeeld van nationaal toneel van de Comédie Française. (bron: boek 1900. Hoogtij van burgerlijke cultuur van Jan Bank en Maarten van Buuren, Den Haag 2000) Van 1917 tot 1920, een gedeelte van de tijd dat Albert van Dalsum bij het gezelschap speelde, voerde Eduard Verkade de artistieke leiding.

Hieronder vindt u een overzicht van stukken waarin Van Dalsum tussen 1914-1920 en in het seizoen van 1931-1932 bij Het Nederlansch Tooneel speelde. 

 
Albert van Dalsum, 1950. Foto: Ralph Prins. Collectie Theater Instituut Nederland.
Albert van Dalsum, 1950. Foto: Ralph Prins. Collectie Theater Instituut Nederland.
 
Alleen in Albert van Dalsum
1900
1910
1920
1930
1940
1950
1960
1970
1980
1990
2000